Eeuwige wederkeer

Door op 4 november 2017 in de categorie Algemeen.


Psychische problematiek gebeurt in de verhouding waaruit wij als mens bestaan. Daarom gebeurt de behandeling van psychische problematiek niet alleen in verhouding tot de ander, maar vooral ook als verhouding tot de ander. Dit is wat Sigmund Freud benoemde met het woord ‘overdracht’. Binnen de overdracht gebeurt het mens-zijn. De verreikendheid hiervan kan niet overschat worden. Het is de liefde die ons tot mens maakt, die onze gemeenschap smeedt en ons verbindt en ontvankelijk maakt voor de Genade van Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى). Het leven van de mens is een oefening in niets anders dan deze liefde. Psychische problematiek is te begrijpen en te benaderen vanuit niets anders dan deze liefdesgrond. Ons verlangen naar liefde, onze nood aan liefde, ons tekort aan liefde, ons verscheurd worden door liefde en ons onszelf terugtrekken uit een ons verslindende liefde, ons gepijnigd worden door een misbruik van liefde. Er is niets complexers en tegelijkertijd niets eenvoudigers, niets onbespreekbaarders en onbegrijpelijkers, en niets belangrijkers dan de liefde. In dit artikel verwijs ik naar de rol van datgene wat we ‘liefde’ noemen binnen het ontstaan, de ontwikkeling en de behandeling van psychische problematiek.

Eindeloze herhaling

Toen Freud op het verschijnsel ‘overdracht’ stootte, ervoer hij het aanvankelijk als een hindernis, als iets wat de behandeling in de weg stond en bemoeilijkte. Al snel herkende hij het juist als het voertuig van de behandeling zelf, het spul in zekere zin waar de behandeling uit bestaat. Met een overdracht vindt een projectie plaats van bepaalde significante personen uit de wordingsgeschiedenis van de patiënt, op de behandelaar. De behandelaar wordt bijvoorbeeld als vader of moeder ervaren. Of – anders gezegd – de behandelaar komt op die positie te staan. Dit kan blijken uit dromen of versprekingen. Iemand droomt bijvoorbeeld van een gesprek met zijn vader, terwijl deze in de stoel zit en in de praktijk van de behandelaar. Of andersom, in de droom herhaalt zich een scene uit de jeugd in het huis van toen, maar dan met de behandelaar erbij. Of de behandelaar heeft de kleding aan van een ander. Alles is mogelijk. Vaak betreft het ook niet één iemand maar meerdere, bijvoorbeeld de vader, een leraar, en een echtgenoot in één. Er vinden verschillende herhalingen plaats. Er hebben verschillende mensen op die bepaalde positie gestaan. En zo bekeken komen we tot het besef dat het leven vol herhalingen is. Eigenlijk bestaat het leven uit precies deze herhalingen. En deze herhalingen draaien om posities. Er is een relatief klein netwerk van posities, die voortdurend herbezet worden. Nieuwe mogelijkheden en kansen ontstaan zo in grote en kleine herhalingen van hetzelfde. En deze herhalingen herhalen zich tijdens de behandeling. En precies dat is ook de bedoeling.

In zijn tekst ‘Erinneren, wiederholen und durcharbeiten’ spreekt Freud over drie fundamentele etappes van de behandeling. Ten eerste het ‘herinneren’. Eerst worden er zaken herinnerd, dat wil zeggen: delen van ons verhaal worden herschrijvend terug in verband gebracht vanuit een nieuwe innerlijke organisatie. De verbindingen met het innerlijk worden hersteld en vernieuwd. Ons verhaal wordt meer verbonden en beleefd vanuit een innerlijke eenheid. Dit is iets wat we eventueel zelf ook kunnen doen. Hier heb je op zich geen behandelaar voor nodig, maar in gesprek met een ander gaat dit wel beter. De tweede etappe die Freud onderscheidt is die van het ‘herhalen’. Al datgene wat niet herinnerd kan worden – en ‘kunnen’ grenst in deze aan ‘willen’ – wordt herhaald, wordt in scène gezet – wordt uitgespeeld – in relatie tot de ander. De concrete verhouding tot de ander wordt overladen met eerdere situaties en ladingen uit een vergeten of verdwenen verleden. De overdracht. Dit speelt zoals gezegd een hele belangrijke rol tijdens de behandeling, zo niet de belangrijkste rol. We bevinden ons er middenin. Dit zorgt er onder andere voor dat zoiets als een objectief weten hier geen rol van betekenis heeft. Vandaar het fiasco en het zich volstrekt belachelijk maken van het zogenaamde ‘evidence-based’-werken. Dat laten we achter ons – dat moeten we achter ons laten – zodra we dieper in het domein van het gesprek en de ontmoeting willen binnendringen. Vanuit het niets worden we overladen met spoken uit het verleden van een ander. Met deze spoken moeten wij in het reine proberen te komen. We zijn gevangen in herhalingen. Deze herhalingen behoren tot het fundament van het menselijk bestaan. In grote bewegingen tot in details vinden er voortdurend herhalingen plaats ten opzichte van dezelfde posities. Oud pijn en oud verdriet, teleurstellingen, woede, verlangen en angst, wantrouwen, alles herhaalt zich. Freud begrijpt dit als een kans, een nieuwe kans tot een herschrijven van ons verhaal. Een nieuwe kans op het vinden van een goede middenweg, een doorgaande weg waarlangs de toekomst zich kan openen voor ons. Een nieuwe kans op het wegruimen van interne hindernissen en conflicterende verdeeldheden. Als deze herhaling zich heeft geïnstalleerd, komen we tot de derde en laatste etappe van de behandeling, het ‘durcharbeiten’: het door-werken en het er-doorheen-werken, het ons samen er doorheen worstelen. Alle spoken zijn inmiddels herkend, maar de strijd is nog niet gestreden. Behandelaar en patiënt werken samen doorheen de reeds herkende herhalingen heen. Dit kan een heel lang en moeizaam proces zijn, schijnbaar oneindig en soms ook daadwerkelijk oneindig.

Eeuwige wederkeer

Zes jaar later in zijn baanbrekende werk ‘Jenseits des Lustprinzips’ ontdekt Freud een diepere laag van de psyche. En een nieuwe herhaling. Hij noemt dit de ‘Wiederholungszwang’: de herhalingsdwang. Deze herhaling is niet van de orde van de herhaling van de overdracht. In tegenstelling tot de overdracht stuit Freud hier op een psychische kracht die alles openbreekt en doorbreekt. Het dringt zich op. Het is ons wezenlijk vreemd en lijkt van buitenaf te komen, maar tegelijkertijd komt het juist van diep binnenin ons. Het is een onverteerbaarheid. Onplaatsbaar en onbegrijpelijk. Hier omheen bouwt zich een andere herhaling en de betekenis van deze herhaling is moeilijker – zo niet onmogelijk – te begrijpen. Vandaar de titel van het werk waarin hij deze nieuwe ontdekking voor het eerst onthult: aan gene zijde van het lustbeginsel. We hebben het hier over iets wat ons verstand te boven gaat, wat geen gewin lijkt op te leveren, wat niet beantwoordt aan ons idee dat iets ergens goed voor moet zijn. De eindeloze herhaling van de overdracht daagde ons verstand al uit, maar deze konden wij nog begrijpen vanuit de idee van een ontwikkelingsgang. Door telkens weer in dezelfde mislukkende situatie te staan, krijgen we steeds weer nieuwe kansen om deze situatie nu wel bevredigend af te ronden. Met het trauma komen we echter in een gebied waar niemand wat aan heeft. Het enige goede wat uit een trauma kan komen is dat het zichzelf opheft. Dat het verdwijnt. We zitten hier niet in het gebied van foutjes waar we wat van kunnen leren of dat we hier van vallen zouden leren opstaan. We gaan hier onherstelbaar kapot en richten onherstelbare schade aan. En dit keert telkens weer terug. We zitten niet meer in het domein van een menselijke verdeeldheid, we zijn hier voorbij elk domein, overgeleverd aan een eeuwige wederkeer van afgrondelijke en onmenselijke verscheurdheid.

Die Wüste wächst. Weh dem der Wüste birgt.

Freud legt dit zo uit, dat er een wond (trauma) is geslagen in de verdediging van de ziel en dat de aandacht die dit opeist, overal doorheen gaat en alles doorkruist. Jacques Lacan noemt deze kracht: jouissance. Dat kan vertaald worden met: genot. Geen menselijk verlangen en zijn bevrediging, maar een reëel genot dat van ons geniet. Een destructief genieten dat opgeëist wordt, wat ons opvreet en ons kaalplukt. Wat zich nietsontziend opeist en alles naar zich toe trekt en in een draaikolk dwingt om zich heen. We kennen dit van alle soorten verslavingen. We herkennen de destructieve herhalingen, waar niemand wat aan heeft. Hier wordt niets van geleerd. Het is een aanzwellende lawine, die alles meesleurt en een woestenij achter laat. Verwoeste levens. Wat heeft dat voor een betekenis? Hoe moeten we dat begrijpen? Wat is daar de bedoeling van? Waarom laat God dit toe? Waarom heeft God dit blijkbaar gewild? Onze wanhoop neemt hier exponentieel toe – golf na golf – zo erg dat we onze wanhoop van hiervoor geen wanhoop meer kunnen noemen. We worden meegenomen in een onmenselijkheid waar alle goedbedoelde adviezen verbleken en zinloos worden. Alles verliest hier zijn betekenis. Nietzsche schreef hierover aan het eind van de 19e eeuw. Hij beschreef de noodzakelijke ondergang van alle betekenis in de – voor hem nog – komende twee eeuwen. We zijn nu halverwege:

Was ich erzähle, ist die Geschichte der nächsten zwei Jahrhunderte. Ich beschreibe, was kommt, was nicht mehr anders kommen kann: die Heraufkunft des Nihilismus. Diese Geschichte kann jetzt schon erzählt werden: denn die Nothwendigkeit selbst ist hier am Werke.

Dit is geen drama meer, maar een trauma. Er wordt hier niets geleerd. Dit is een ondergang. Een teloorgang. Een onherstelbaar verlies. Deze herhaling heeft geen zin meer, geen betekenis. Het gaat nergens over. Deze eeuwige wederkeer vernietigt en laat een steeds groter spoor van vernieling achter. Wat overblijft is slechts verwoesting.

Liefde

In de diepte van deze wanhoop kunnen wij niets anders dan onze handen ten hemel heffen. Al is het in het uiterste geval alleen om te vragen waarom Hij ons verlaten heeft. Ook als wij het antwoord niet weten, ook als er voor ons onmogelijk een antwoord zou kunnen zijn, ook als wij de hoop op een antwoord allang hebben opgegeven, ook als wij zeker weten dat er geen antwoord is, ook dan, zelfs dan – juist dan – richten wij ons tot Hem. Wat kunnen wij anders? Wat zijn wij anders? Voorbij de woestenij kunnen we ons alleen nog maar wenden tot het Heilige.

بسم الله الرحمن الرحيم

En het Heilige ontvangt ons. Altijd. De Deur van Berouw staat altijd open. Het Heilige is het Antwoord. Er is geen antwoord, Hij is het Antwoord. We krijgen geen antwoord, het Antwoord ontvangt ons. In onze verhouding tot Hem staan we in verbinding met een mogelijke heelwording. Een opening. Een heropening van de wereld, ook als deze alle betekenis verloren heeft – of wellicht nooit gehad heeft. Een heropening van alle drama en ons leven. Hij werpt ons weer terug in Zijn Schepping, ons weer uitnodigend tot een terugkeer tot Hem. Zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“Tot uw Heer is de terugkeer.” – Soerat al-Alaq; 8

De betekenis van het zijn in de wereld ligt in onze terugkeer tot Hem. Het is de opening. Onze wereld. Het is de onderliggende betekenisloze betekenis van het leven, onze grond, die ons draagt en verbindt. Het is de liefde. Het is de liefde die ons verbindt en draagt, waaruit wij bestaan en waar wij ons aan kunnen wijden. Langs deze liefde gebeurt de terugkeer. Vandaar het belang van onze naasten, de mensen in onze buurt, onze moeder en onze kinderen, ieder nabij mens, maar vooral die hele bijzondere naasten waar we boven verwachting diep verbonden mee blijken te zijn.

Onze Profeet ﷺ heeft gezegd: “Bij Allah, hij is geen gelovige! Bij Allah, hij is geen gelovige! Bij Allah, hij is geen gelovige!” En toen vroeg iemand hem  ﷺ: “Wie, Boodschapper van Allah?” Waarop hij zei: “Degene wiens naaste zich niet veilig voelt tegenover zijn kwaadaardigheid.” (al-Boekhaarie)

Ook heeft hij ﷺ gezegd: “Djibriel bleef mij aanraden om mijn naaste goed te behandelen, zodat ik dacht dat hij mij zou vertellen om hem een van mijn erfgenamen te maken.” (al-Boekhaarie)

De weg van de terugkeer naar God opent zich met de deelname aan de liefde die ons verbindt met onze naasten. De wereld opent zich voor ons in de Genade van onze Heer, maar de Verlossing kunnen wij slechts ontvangen met het openen van ons hart. Alle met God verbonden zielen zingen van de liefde, want alleen de liefde leidt ons de weg en kan de onheelbare wonden helen.

Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal. Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets. – 1 Korinthiërs 13:1-2

Of de liefde nu van deze wereld is, of van de andere: zij voert ons uiteindelijk altijd tot Hem. – Mevlana Jalal ad-Din Roemi, Mathnawi 111

Zoals ook in de Koraan staat (interpretatie van de betekenis):

De schepping en opwekking van jullie is slechts als van één enkele ziel. God is alhorend en alziend.” – Soerah Loeqmaan; 28

In de behandeling van psychische problematiek komt het altijd neer op precies deze band, deze ondergrondse en ons allen met elkaar verbindende liefde. Hieromheen draait alle drama. Hiernaartoe draait alle trauma.


Laatste wijziging:
18 december 2017