Islam en het Westen: de innige band van Europa en de Islam

Door op 20 februari 2018 in de categorie Algemeen.


Der scheinet aber fast
Rückwärts zu gehen und
Ich mein, er müsse kommen
Von Osten.
Vieles wäre
Zu sagen davon.

Er wordt veel gesproken en geschreven over de relatie tussen de Islam en het Westen. Binnen de hedendaagse politiek is het zelfs één van de meest besproken onderwerpen. Veel voorkomend uitgangspunt hierbij is dat de Islam een vreemd en ongewenst element is binnen het Westen. Oost en West gaan als het ware niet samen. Het Westen wordt in dit verband wel getypeerd als ‘Joods-Christelijk’. Men gaat er binnen deze duiding vanuit dat de Islamitische normen en waarden niet verzoenbaar zijn met de Europese – Joods-Christelijke – normen en waarden. Verreweg het meeste – zo niet alles – wat er op dit gebied gezegd wordt is ongenuanceerd en nauwelijks tot niet doordacht. Het gaat vooral om kreten en sentimenten. Het is daarom erg moeilijk – zo niet onmogelijk – om hier op een zinnige manier op te reageren of iets zinnigs aan toe te voegen. Er is geen gesprek. Er vindt geen gesprek plaats. Een eventuele mogelijkheid tot deelname aan een gesprek wordt met het gepraat en het geroep van ‘meningen’ alleen nog maar onwaarschijnlijker en onmogelijker. En dat is heel verdrietig, want het gevoel van urgentie van waaruit dit gepraat en geroep gebeurt, is zeer reëel. De nood aan het gesprek is reëel. De nood aan het gesprek is zowel noodlottig als noodzakelijk en wijst diep terug in het wezen van Europa. Niet de komst van Islamitische migranten dwingt Europa tot dit gesprek. Het is andersom. Europa zelf is in zijn wezen verbonden met de Waarheid van de Islam en de migranten herinneren haar aan deze diepste laag van zichzelf.

Als de vraag gesteld wordt wat typisch is aan de Europese beschaving of cultuur, dan komt men meestal uit op begrippen of waarden als individuele vrijheid, gelijkheid, demokratie, rechten van de mens, dat soort zaken. Het ontwerp van deze mens- en wereldvisie stamt van de historische periode van de Verlichting. Deze periode volgde op de periode van de Renaissance. Deze laatste werd zo genoemd vanwege de ervaring van een her-geboorte, een opnieuw weer tot leven komen. Men verwees daarmee naar de eerdere periode van ‘leven’, namelijk die van de Grieken en de Romeinen – de Klassieke periode. De tussenliggende – als slapend of dood ervaren – periode werd vanuit deze ervaring vervolgens gedegradeerd tot de (donkere) Middeleeuwen: de onbelangrijke eeuwen ertussen, waar het ‘licht’ van de Rede niet scheen. Datgene wat aldus als typisch Europees herkend wordt is dit ‘leven’ en kan – en wordt – het Humanisme genoemd. Dit is iets anders dan ‘Joods-Christelijk’, maar staat daar ook weer niet helemaal los van. Het Christendom is innig verweven met het Humanisme. In de geschiedenis en wording van Europa vormen Humanisme en Christendom twee belangrijke bronnen. Het is onmogelijk om aan te geven welke oorspronkelijker is, maar niet alleen dat, ze laten zich niet eens goed van elkaar onderscheiden. Er is zeker strijd geweest tussen beide. Dat valt niet te ontkennen. Maar ze vallen tegelijkertijd ook in alles in elkaar terug. Dit is de kern ook van de boodschap van de omstreden lezing die Paus Benedictus XV hield in Regensburg op de onhandig uitgekozen datum 12 september 2006. Hij spreekt daar over de innige samenhang van het Christendom en het Griekse denken, en – daarmee samenhangend – het geloof en de rede. Hij citeert in deze lezing de Byzantijnse keizer Manuel II:

Nicht vernunftgemäß handeln ist dem Wesen Gottes zuwider.

Niet redelijk handelen druist in tegen het wezen van God.

De commotie die destijds ontstond naar aanleiding van deze lezing was vooral een reactie op een ander deel van dit citaat. Dat is gericht tegen de Islam. Hierin laat Manuel II op zeer botte wijze het bekende verwijt klinken dat de Islam geweld zou prediken. De Islam zou verspreid zijn met het zwaard en dit geweld zou goedgekeurd en zelfs voorgeschreven zijn door onze Profeet Mohammed (vrede zij met hem). In zijn commentaar na de ontstane commotie – maar ook al in de oorspronkelijke lezing (als je hem goed leest) – neemt de Paus duidelijk afstand van deze botte en beledigende opmerking. De emotionele beschuldigingen vanuit de moslimgemeenschap tegen de Paus waren volkomen onterecht. Er was niet goed gelezen. De Paus was het ten aanzien van dit punt duidelijk niet eens met Manuel II. Maar waar hij wel mee instemde was de argumentering waarmee Manuel II het gebruik van geweld in het bekeren tot het geloof afkeurt.

Der Glaube ist Frucht der Seele, nicht des Körpers. Wer also jemanden zum Glauben führen will, braucht die Fähigkeit zur guten Rede und ein rechtes Denken, nicht aber Gewalt und Drohung…

Het geloof is een vrucht van de ziel, niet van het lichaam. Wie iemand tot het geloof wil leiden, heeft het vermogen nodig van goed spreken en juist denken, niet geweld en dreiging…

Dit herkent de Paus als een wezenlijk punt en benoemt dit een Scheideweg, een splitsing, een tweesprong:

An dieser Stelle tut sich ein Scheideweg im Verständnis Gottes und so in der konkreten Verwirklichung von Religion auf, der uns heute ganz unmittelbar herausfordert. Ist es nur griechisch zu glauben, daß vernunftwidrig zu handeln dem Wesen Gottes zuwider ist, oder gilt das immer und in sich selbst? Ich denke, daß an dieser Stelle der tiefe Einklang zwischen dem, was im besten Sinn griechisch ist, und dem auf der Bibel gründenden Gottesglauben sichtbar wird.

Op deze plek staan we op een tweesprong van hoe wij ons tot God verhouden en Hem begrijpen, en de daaruit volgende concrete vormgeving van de godsdienst. Deze tweesprong dringt zich vandaag de dag onmiddellijk aan ons op. Is het slechts Grieks om te geloven dat onredelijk handelen tegen het wezen van God ingaat, of geldt dit altijd en als zodanig? Ik denk, dat op deze plek de diepe overeenkomst zichtbaar wordt tussen enerzijds datgene wat Grieks genoemd wordt, en anderzijds het op de Bijbel gegrondveste godsgeloof.

Bevestigingen van deze overtuiging leest hij vervolgens in verzen uit zowel het Nieuwe als het Oude Testament. Hij is het ten aanzien van dit punt hartstochtelijk eens met keizer Manuel II:

Manuel II hat wirklich aus dem inneren Wesen des christlichen Glaubens heraus und zugleich aus dem Wesen des Griechischen, das sich mit dem Glauben verschmolzen hatte, sagen können: Nicht „mit dem Logos“ handeln, ist dem Wesen Gottes zuwider.

Manuel II heeft werkelijk vanuit het diepste wezen van het Christelijke geloof – als ook vanuit het wezen van het Griekse – gesproken, als hij zegt: Niet “met de logos” handelen druist tegen God in.

Scheideweg

De Paus raakt hier een zeer wezenlijk punt, maar reikt in zijn verwoording en denken – maar ook in zijn geloof – niet diep genoeg om dit in volle diepte te kunnen waarderen. Hij hoort de klok luiden, maar hij weet niet waar de klepel hangt. Er is hier inderdaad een Scheideweg, maar een diepere dan degene die keizer Manuel II – en in navolging van hem Paus Benedictus – ontwaart. De tweesprong die zij hier herkennen dekt een andere af. Het op de voorgrond plaatsen van deze tweesprong ontneemt hen van een ruimer zicht en een diepere keuze, de keuze voor de grond – het geloof – onze overgave aan God. Slechts hier voorbij gebeurt namelijk pas onze onderwerping aan Hem. Zonder dit is het slechts een spreken-erover, een ijdelheid en een hypokrisie. Voorafgaand aan deze keuze wordt veel gesproken, maar er is geen gesprek.

Paus Benedictus neemt op dit kruispunt een opvallend dubbel standpunt in. Zijn positie dwingt hem hiertoe. Enerzijds hekelt hij het westerse denken aan teveel zichzelf als de enige vorm van denken te beschouwen. In dit kader noemt hij het westerse denken positivistisch en geeft aan dat de rede zichzelf ruimer zou moeten ervaren om ook open te kunnen staan voor het ongeziene en God.

Eine Vernunft, die dem Göttlichen gegenüber taub ist und Religion in den Bereich der Subkulturen abdrängt, ist unfähig zum Dialog der Kulturen.

Een rede die tegenover het Goddelijke doof is en religie naar het bereik van de subculturen dringt, is onvermogend tot het aangaan van een dialoog met andere culturen.

Anderzijds meent hij dat juist de westerse rede de mogelijkheid in zich heeft boven zichzelf en boven haar eigen wijze uit te kunnen stijgen. Hij beschouwt het als de opgave van deze tijd om de rede te verruimen. En van daaruit zou volgens hem de dialoog tussen de culturen plaats moeten vinden, een redelijke dialoog dus. Het gesprek zou dus moeten plaatsvinden als een dialoog binnen de rede. Het is volgens hem de opgave van de akademische centra de rede zichzelf telkens weer te laten hervinden en aldus open te houden voor het Goddelijke.

In diesen großen Logos, in diese Weite der Vernunft laden wir beim Dialog der Kulturen unsere Gesprächspartner ein. Sie selber immer wieder zu finden, ist die große Aufgabe der Universität.

In deze grote Logos, in deze wijdte van de rede nodigen wij in de dialoog tussen de culturen onze gesprekspartners uit. Zichzelf altijd weer terugvinden, is de grote opgave van de universiteit.

En precies hierin herkent hij het wezen van Europa: in de ontmoeting en versmelting van Christendom en Grieken, van geloof en rede.

Diese Begegnung, zu der dann noch das Erbe Roms hinzutritt, hat Europa geschaffen und bleibt die Grundlage dessen, was man mit Recht Europa nennen kann.

Deze ontmoeting – waar dan ook nog het erfgoed van Rome bij komt – heeft Europa geschapen en blijft de grond van datgene wat terecht Europa genoemd kan worden.

Diepere grond

Het wezen van Europa komt echter van een diepere grond, net zoals het geloof van een diepere grond komt. Europa is in de loop van de geschiedenis gevangen geraakt binnen het Griekse – Aristotelische – denken, dat via Rome en Christendom het Westen in zijn greep heeft gekregen. Dit is een noodlot met een lange geschiedenis en lijkt ook nog lang niet voorbij. Het laatste woord hierover is nog niet gesproken. Buiten de komst van de Profeten is dit wellicht de meest bepalende gebeurtenis van de wereldgeschiedenis. Dit noodlot laat zich steeds duidelijker herkennen als een tegenbeweging: tegen de Boodschap van de Profeten, tegen de aanbidding van en overgave aan God. Aan de ene kant de Boodschap van de wezenlijk elke denkbaarheid te boven en te buiten gaande volstrekte Transcendentie van God. En aan de andere kant de onbevraagde vooronderstelling – of eis – van een denk- en begrijp-bare wereld, waarneembaar, materieel, een eindige verzameling van zijnden in ruimte en tijd. Aan de ene kant het geloof en aan de andere kant de wetenschap? Nee. Zo zit het dus niet. Ze staan ook niet zomaar tegenover en los van elkaar. De tegenbeweging is met zijn ‘tegen’ tegelijk innig verstrengeld met de Boodschap zelf. Geloof en wetenschap sluiten elkaar ook niet uit. Precies zoals Paus Benedictus ook zegt, maar ook weer precies niet zoals hij het zegt. Hij situeert zowel het geloof als het denken binnen het metaphysische denken. De diep-wezenlijke vermenging van het geloof met de logos binnen het Christendom heeft de Boodschap van Isa – vrede zij met hem – ontbonden van de Hoogste Waarheid. Aan de ene kant de majestueuze verbinding van logos en geloof – de onevenaarbare hoogten van de Europese beschaving – maar tegelijk daarmee de meest afgrondelijke ontbinding en ontkoppeling. De Hoogste Waarheid is onveranderd eeuwig onze volledige afhankelijkheid tot de alles en iedereen Omvattende en Overstijgende. Dat is de Boodschap van de Profeten, van alle Profeten. God kan alleen gedacht worden als het niet gedacht wordt, ongedacht blijft, ongedacht gelaten wordt, als er ruimte voor gelaten wordt buiten al het denken en voorstellen, als het niet opgenomen wordt binnen voorstelbaarheid of denken.

Deus est qua sola ignorantia mente cognoscitur

God is wat slechts in onwetendheid kan worden gekend.

Binnen de noodzakelijke en ons verschuldigde afhankelijkheid tot onze Heer kunnen wij de Waarheid alleen benaderen door de Waarheid van onze afhankelijkheid toe te laten, hiervoor ruimte te laten en al het andere daarop en van daaruit te richten. Zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

Hij is de Eerste en de Laatste, de Openbare en de Verborgene, en Hij weet alles. – Soerat al-Hadid; 3

Zeg: Hij is God, de Enige Ene, Allah, de Eeuwige, Hij baarde niet, noch is Hij gebaard, En niemand is Hem gelijk. – Soerat al-Ikhlas; 1-4

De Paus verwijst in de Regenburgrede naar wat hij noemt de Islamitische leer van een absolute transcendentie. Hij lijkt dit een beetje belachelijk te maken door Ibn Hazm te citeren die gezegd heeft dat God zich niet aan Zijn eigen Woord zou hoeven houden en dat niets Hem ertoe zou verplichten ons de Waarheid te openbaren. De Paus kan dit niet serieus nemen, omdat hij dit niet kan denken. Zowel zijn denken als zijn geloof blijven gevangen binnen het bereik van de metaphysika, van de logika, van – zoals hij zelf ook aangeeft – met de logos. De erkenning van de volstrekte transcendentie van God is echter de kern en diepte van het geloof. Ons geloof is het geloof van Tawheed. Zoals Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

Allah. Er is geen God dan Hij, de Levende, de Eeuwige. Geen sluimering kan hem overmeesteren, noch slaap. Hem behoort alles wat in de Hemel is en op de Aarde. Wie kan bemiddelaar zijn bij Hem zonder Zijn Toestemming? Hij weet wat er voor hen is en achter hen. Zij echter omvatten niets van Zijn Weten, behalve wat Hij (hen) wil (geven). Zijn Troon is boven Hemel en Aarde uitgespreid en de bewaking daarvan kost Hem geen moeite. Hij is de Verhevene en de Almachtige. – Soerat al-Baqarah; 255

At-Tahawi zegt in zijn Aqeedah:

Hij kan niet voorgesteld worden, noch kan Hij begrepen worden. (8)

En:

Hij omvat en overstijgt alles, en wat Hij geschapen heeft kan Hem niet omvatten. (68)

Dat wij dit niet kunnen begrijpen wil niet zeggen dat het niet zo is. Dat wij dit niet kunnen denken wil niet zeggen dat het niet de Waarheid is. Om de Waarheid te kunnen benaderen zullen we zowel ons denken als ons bestaan – alles wat wij zijn en doen – in dienst moeten stellen van de Waarheid. Het denken moet de Waarheid volgen, niet andersom! Dat is de Boodschap van de Profeten. Dat is Tawheed. Alleen door de Waarheid te volgen kunnen wij luisterender worden naar de Waarheid, naar God, Zijn Wijsheid en ook onszelf.

Europa

Paus Benedictus noemt Europa een kruising en ontmoetingsplaats, en dat is het ook. Maar niet alleen de ontmoeting tussen ‘bijbels geloof’ en ‘Grieks filosofisch denken’. Niet alleen tussen Oost en West, maar ook tussen Noord en Zuid. Europa is de ontmoetingsplaats van Kelten, Germanen, Vikingen, Hunnen, Moren, Arabieren, Joden, Turken, Tartaren, Grieken, Romeinen, Joden. Het is een ontmoetingsplaats en kruising van geloven, denken en dichten, van het diepste, het hoogste en het laagste, van Hemel en Aarde, van God en mens, van grond en afgrond. Een verstrengeling en een verstikking, een ontbinding en een eindstrijd. Europa is de plaats van het gesprek. Maar niet binnen de rede, binnen het redelijke denken, het moderne, metaphysische denken. Dit is slechts één van de gesprekspartners, en wel de minst gewillige, degene die het gesprek zelfs ondermijnt. Het gesprek is niet de redelijke dialoog die de Paus voorstelt, maar het gesprek met de Ander, het open, echte gesprek. Het gesprek met God en met onszelf, Zijn Gesprek met ons.

Viel hat von Morgen an,
Seit ein Gespräch wir sind und hören voneinander,
Erfahren der Mensch;

In Europa vindt inderdaad de ontmoeting plaats tussen geloven en denken, maar een ontmoeting is een ontmoeting en geen overwoekering en verstikking. Een ware ontmoeting gebeurt in vrijheid en in diepte, in openheid naar alle richtingen. Het gebeurt in wederzijdse herkenning en in een wederzijds laten. Een ontmoeting vraagt ook om een lange voorbereiding.

Alleen met een denken van en vanuit de diepste afgrond-ondergrond kan de ontmoeting voorbereid worden. Alleen zo kan er ruimte gemaakt worden voor de Waarheid van het geloof, niet een denken dat antwoordt en (be)grip probeert te krijgen, maar een denken dat beantwoordt, volgt en luistert. Het denken zetelt in het hart. Dat is de Waarheid van de Boodschap van de Profeten en dat is de Waarheid van Europa, het hart van Europa, het denkende hart. Het is de opgave van Europa zich los te worstelen van de grip van metaphysika en logika. Als er iets typisch is aan de ontwikkeling van Europa de laatste eeuwen dan is het een geleidelijke secularisering, een marginalisering van het geloof. Deze volgt de metaphysika en de logika. Het is de verstikking van de Waarheid van de Profeten door het door de paus zo geroemde Griekse denken. Het probleem met het Aristotelische denken is namelijk, dat het juist voor waarheid en wezen geen plaats heeft en kan maken. Ondertussen houden juist waarheid en wezen ook dit denken in zijn beweging. Het moderne denken is zowel geobsedeerd door als blind voor de waarheid. Het moderne denken is en bestaat als ontkenning van de waarheid. Het heeft een wezenlijk-noodlottige innige band met datgene wat het ontkent. De komst van Islamitische immigranten confronteert Europa dus niet met iets wezensvreemd, maar juist met zijn eigen verborgen en ontkende waarheid. De komst van Islamitische migranten gebeurt tegelijkertijd met de aankomst van het denken van de afgrond, de ondergang van Europa tot zijn grond, het luisterende denken. Dit denken probeert niet te begrijpen in de zin van een grip krijgen op de werkelijkheid, maar is een denken dat vertrouwt en volgt, dat zich in ondergang overgeeft. Er is niets wreeds aan deze overgave en dit denken. Niets wat tegen de westerse normen en waarden in zou gaan. Het is juist een denken van verdraagzaamheid. Van overgave. Het is het denken van de ontmoeting en het gesprek. En dat is de ironie van deze tijd, dat juist deze meest-vredelievende aankomst – deze aankomst van het meest-opene en meest-uitnodigende – afgeschilderd en afgeweerd wordt als het meest gewelddadige, vijandige en zich-afsluitende.

Moge Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى) de harten openen. Moge Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى) het hart openen van Europa. Moge Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى) ons gepraat, onze meningen, ons gecommuniceerd, ons in-contact-zijn-met-elkaar, ons netwerken, verstillen en laten verdwijnen, en ons horender maken en luisterender, en ons laten deelnemen aan het gesprek. Moge Hij ons helpen terug te keren naar Hem.


Laatste wijziging:
20 februari 2018