Islam en psychologische behandeling

Door op 14 augustus 2017 in de categorie Algemeen.


Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

“O mensen, er is een waarschuwing van jullie Heer gekomen, en een genezing voor wat zich in jullie borsten bevindt, en leiding en genade voor de gelovigen.” – Soerah Yoenoes: 57

Alle genezing komt van God. Hij is de Genezer, de Enige, de enige Genezer. Er is geen genezing dan de Genezing door Hem en deze Genezing leidt terug tot Hem – is het teruggeleid worden tot Hem. Wat kan dan nog de betekenis zijn van een ‘psychologische behandeling’ en wat moet je daar als moslim mee? Mag je als moslim voor een psychische stoornis een psychologische behandeling ondergaan? Of mogen we uitsluitend om hulp en genezing vragen aan Allah de Verhevene en mogen wij alleen bij Hem ons vertrouwen leggen? Sluit het één het ander uit of niet? Is hulp vragen bij een ander – een mens – niet een blijk van wantrouwen in onze Schepper? Voor een lichamelijke ziekte of kwaal zoeken we ook hulp bij een mens, namelijk een dokter. De meeste moslims hebben daar geen moeite mee. Integendeel, de wachtkamers van de artsen zijn gevuld. Dus waarom zouden we voor een psychische ziekte dan niet naar een psycholoog mogen? Vaak wordt het hulp zoeken van een moslim bij een psycholoog beargumenteerd door de vergelijking te maken met een lichamelijke ziekte en het doktersbezoek. In deze context wordt ook vaak de overlevering aangehaald dat er voor elke ziekte een medicijn is. Deze vergelijking klopt echter niet, want psychische moeilijkheden en stoornissen zijn geen ‘ziekte’. Kunnen we een depressie een ‘ziekte’ noemen? Wat voor soort ‘ziekte’ is dat namelijk? En wat voor soort arts is een behandelaar daarvan? Wat is dat eigenlijk, een psychologische behandeling? Deze vragen verdienen meer aandacht dan een simpelweg beantwoorden ervan. Deze vragen moeten gesteld worden. Het is makkelijker om een vraag uit te spreken en te beantwoorden dan om deze te stellen. Om een vraag te kunnen stellen, moeten we proberen dichterbij het openende bereik van de vraag te komen.

Mag je als moslim voor een psychische stoornis een psychologische behandeling ondergaan?

Voordat we ons gaan haasten met het geven, onderbouwen en argumenteren van antwoorden waar we reeds vanuit gingen, zullen we deze vraag proberen te stellen. Vragen betekent verder vragen, dieper vragen, dieper de vraag in: luisteren. Onze huidige tijdsgeest houdt daar niet van. Deze verlangt snelle antwoorden en pakkende, korte uitspraken. Het benaderen van de waarheid echter vraagt geduld en liefde, lang wachten, dragen en verdragen. Zoals een wond heelt, zoals de aarde droogt in de zon en zoals een boom groeit: zo opent zich de weg naar de waarheid. Als het vloed is, dan moeten we wachten tot het eb is. Dat laat zich niet haasten. En de weg van de genezing van een ‘psychische aandoening’ is deze weg van de waarheid, want Allah de Verhevene is de Waarheid. Zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“Dat is omdat Allah de Waarheid is.”  – Soerah Loeqmaan: 30

Alles wat wij als mens kunnen gaan doen is allang begonnen en bezig. Wat wij dus eigenlijk altijd doen met ons doen – en ook ons denken – is een wakker worden binnen een volgen, een luisteren: een luisteren naar de weg waar wij ons reeds op bevinden. Zo en alleen zo komen wij tot de waarheid.

Wat is een psychische stoornis? Laten we daarmee beginnen. Wat bedoelen we daarmee? Wat benoemen we met de woordcombinatie ‘psychische stoornis’? En waarom noemen we het zo? Een psychische stoornis is een stoornis – een verstoring – op het vlak van de ‘psyche’. Het woord ‘psychisch’ verwijst naar het onderscheid tussen soma en psyche, lichaam en ziel, materie en geest, tussen ‘deze’ wereld en een andere, ‘hogere’ – meer ware, dichter bij de waarheid liggende – wereld. Dit is een belangrijk onderscheid als men spreekt en denkt over de mens. Het blijkt onvermijdelijk te zijn om zo’n soort onderscheid te maken als we spreken over de mens. Dit onderscheid wijst in het onbegrepen en onbegrijpelijke geheim van het wezen van de mens. Het verwijst naar onze niet-vastgesteldheid, onze vreemdheid. Het onderscheid tussen lichaam en ziel verwijst naar ons ‘hier’ zijn, maar ook weer niet. Het verwijst naar ons eigenlijk hier niet helemaal horen. Onderscheid maken tussen lichaam en ziel speelt een dubbele rol ten aanzien van het geheime wezen van mens: enerzijds wijst het in dit geheim, maar anderzijds wijst het ook juist weg van dit geheim. Het schept een schijnduidelijkheid. Deze dubbelheid culmineert in het hedendaagse, moderne denken. Of beter andersom: het moderne denken is de culminatie van precies deze dubbelheid. De moderne – westerse – wereld is als geen andere wereld erop gericht het geheim te ontkrachten en te ontkennen. De belangrijkste techniek die het daarvoor gebruikt is die van het openbaar maken: het openlijk bespreken van alles, het schaamteloos onderzoeken en blootleggen van alles. Daarmee meent het alle geheimen te ontmaskeren. Met dit openbaar-maken wordt het geheim echter niet ont-maskert, maar juist be-maskert. Het wordt ontkend en afgedekt en raakt spoorloos verdwenen. Alsof het nooit heeft bestaan. De herinnering eraan verdwijnt zelfs. Het wordt niet eens gemist! In zijn hart wil de moderne mens overtuigd zijn van het niet-bestaan van het geheim – van het hart. In zijn hart wil hij geen hart meer zijn. Daarom denkt hij zichzelf als een individu. Hier gaat hij vanuit. Het wordt niet bevraagd, maar dat maakt niet uit, want de vraag is onzinnig geworden. De moderne mens wil niet vragen voorbij datgene wat hij als vanzelfsprekend aanneemt. Hij wil niet lastig gevallen worden met mogelijke onzekerheden voorbij zijn vanzelfsprekendheden. Hij wil niet gestoord worden. Hij wil geen stoornis. Hij moet ‘zichzelf’ kunnen zijn. Hij wil zich onafhankelijk willen voelen en ‘vrij’: vrij van de ander, vrij van de dood, vrij van welke god of autoriteit dan ook. Hij wil zijn leven kunnen leiden zoals hij dat wil, dat wil zeggen: hij wil daarin geloven. Zijn geloof daarin mag niet te veel verstoord worden. Laten we onszelf in de ogen zien: Er is nog nooit zo’n laffe en hypokriete mens geweest als het moderne individu. Zoals Nietzsche in de Zarathustra zegt over hem:

“Was ist Liebe? Was ist Hoffnung? Was ist Sehnsucht? Was ist Stern?“ – so fragt der letzte Mensch und blinzelt. Die Erde ist dann klein geworden, und auf ihr hüpft der letzte Mensch, der Alles klein macht. Sein Geschlecht ist unaustilgbar, wie der Erdfloh; der letzte Mensch lebt am längsten.”

“Wat is liefde? Wat is hoop? Wat is verlangen” Wat is ster?” – zo vraagt de laatste mens en knipoogt. De aarde is dan klein geworden, en op haar hupt de laatste mens, die alles klein maakt. Zijn geslacht is onuitroeibaar, zoals dat van de aardvlo; de laatste mens leeft het langst.”

De arrogantie van de moderne mens bestaat daaruit dat hij zijn er-buiten-staan interpreteert als een er-boven-staan. Zo is de moderne wetenschap en zo gedragen zich al zijn vertegenwoordigers, inclusief de reguliere psychologen. De wetenschapper interpreteert zijn menselijke buitenstand als iets wat hij zelf doet, iets wat hij kan, iets wat hij beheerst. In zijn verbeelding reist hij door tijd en ruimte – andere dimensies zelfs en andere werelden – geheel op eigen kracht en volgens eigen wil. In zijn fantasie heeft hij de psyche van de mens volledig bevrijd. Geheel los van lichaam en materie overdenkt hij in absolute abstractie het universum: een universum bestaande slechts uit materie. De psyche is enerzijds in een waan van almacht en anderzijds volledig ontkend en verdwenen. De kunstmatige en schijnbare bevrijding van de psyche gebeurt tegen de achtergrond van de ontkenning ervan. Soebhana’Allah. Het wezen van de mens is verdwenen. Alles wat daaraan kan herinneren wordt onderdrukt en ontkend. De verbluffende eenvoud waarmee dit gebeurt werkt zo aanstekelijk dat deze ziekte zich inmiddels heeft verspreid over de gehele wereld. Het heeft alle volkeren aangetast. De psyche is spoorloos verdwenen. Vandaar dat het ook zo lastig is – zo niet onmogelijk – om nog de vraag te stellen wat een ‘psychische stoornis’ is.

De moderne schijnbevrijding van het lichaam gebeurt middels de identificatie met de ander. De moderne mens laat het zich tegensprekende en verwarrende beeld zien van een mens die uit angst voor overheersing zich volledig laat beheersen door de anonieme ander. Hij wordt zoals de ander (aangepast, normaal) om de ander te kunnen ontkennen. Geld is het breekijzer tot deze schijnvrijheid. Hij ontkent het bestaan van de ziel en zijn uitstaande ontmoeting met God, om volledig op te kunnen gaan in de anonieme wereld van de normaliteit. En dit noemt hij dan zijn ‘individualiteit’. Hij beschouwt dit als een ‘recht’ en zelfs als een ‘plicht’. Hij dringt het iedereen om zich heen op. Zelf noemt hij dat ‘bevrijding’. Iedereen moet geloven in en aan deze ‘individuele vrijheid’. Iedereen moet mee in deze verdekking en ontkenning. Degenen die het wagen zijn omgeving te herinneren aan zijn menselijkheid – aan de dood en zijn angst, aan het wezenlijk zichzelf-storende van het menszijn, ons defect, ons tekort – worden ervaren als niet-normaal, als onwillig of onkundig: er is iets mis. Het stoort en verstoort ons en herinnert ons aan onze eigen menselijkheid, ons eigen tekort. En als dit door alles heen breekt en er is niets meer aan te doen, als hij niet meer functioneert, dan noemen wij dat een ‘psychische stoornis’. Omdat het geheim van zijn menselijkheid dan nog steeds ontkend moet worden, zal dit geduid worden als chemische reacties in het lichaam, met name de hersenen. Snel wil hij hier vanaf. Snel wil hij terug naar de schijnvrijheid van de anonieme individuele andersheid/anderloosheid. Hopelijk werken de medicijnen snel.

Ein wenig Gift ab und zu: das macht angenehme Träume. Und viel Gift zuletzt, zu einem angenehmen Sterben.

Een klein beetje gif af en toe: daar kan je aangenaam door dromen. En veel gif tot slot, voor een aangenaam sterven.

De wezenlijke vreemdheid van de mens wordt ontkend. Deze, onze vreemdheid echter is ons wezen. Ons wezen is juist in onze vreemdheid. Zoals Trakl dicht:

Es ist die Seele ein Fremdes auf Erde.

Het is de ziel vreemd/iets vreemds/een vreemdheid op aarde.

Wie de vreemdheid van de mens ontkent, ontkent het wezen van de mens. Met onze wezenlijke vreemdheid hangt alles samen. De vreemdheid is de opening van de wereld. Met de vreemdheid hangt ook onze verdeeldheid samen, maar dus ook onze ware vrijheid. Dankzij onze vreemdheid zijn wij ons ‘bewust’ van een ‘wereld’, vreemd namelijk van onszelf, buiten onszelf. We staan in de wereld en buiten de wereld tegelijkertijd. We horen in de wereld en we horen er ook weer niet. We verlangen naar een thuis, maar we verlangen ook naar weg van thuis, nee, juist dat verlangen we, alle twee, tegelijkertijd. Binnen deze vreemdheid gebeurt de ontmoeting, de ontmoeting met de ander, de vreemdeling, voor wie ook wij weer vreemd zijn. De vreemdheid is de ontmoeting, vooral met onszelf en de uitblijvende en blijvend uitstaande wording van onszelf. De vreemdheid is het einde, de zekere onzekerheid van het laatste. De vreemdheid is in God. Of wij ons nu aan Hem overgeven of niet, we zijn reeds in alles overgeleverd en afhankelijk van Hem. En precies dat is dus de opgave van ons leven. Zoals de Verhevene zegt:

“En Wij hebben de hemel en de aarde en datgene wat zich daartussen bevindt niet als spel geschapen.”  – Soerah al-Anbiyaa’:16

De opgave van de overgave en de aanbidding gebeurt in onze vreemdheid. Aboe Hoerayrah heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “De Islam is vreemd begonnen en zal vreemd worden, net zoals hij begonnen was. Geluk zij dan met de Vreemdelingen!” (Moeslim)

Dus waar hebben we het over als we het hebben over een ‘psychische stoornis’?

De mens is in zijn wezen een psychische stoornis. De psyche is de stoornis zelf. Wat is de mens? Een in den vreemde verstotene met als opgave in te gaan op de uitnodiging tot een terugkeer naar het aan zijn vreemdheid voorafgegane. De psyche is de opening en verstoring van onszelf. Als iemand last heeft van een ‘psychische stoornis’, dan heeft hij last van zichzelf. Maar juist dat is ons wezen en dus onze opgave. De stoornis opent. Maar als we dat als zodanig herkennen en erkennen dan noemen we het niet meer een ‘stoornis’. In datgene wat ‘psychische stoornis’ genoemd wordt gebeurt niets anders dan een verdieping van onze ontmoeting met Allah de Verhevene. Het is een terug in zijn wezenlijke vreemdheid geroepen worden van de mens. Het is een oproep. Een oproep om aan te beantwoorden. Een oproep tot het nemen van verantwoordelijkheid. En precies om hieraan te beantwoorden – het nemen van deze verantwoordelijkheid – draait een psychologische behandeling. Een psychologische behandeling is nadrukkelijk niet een rechtzetten van iets dat verkeerd zou zitten. Het is niet het (terug) aannemen van het normale. Het is een beantwoorden aan het wezen van de mens, zijn vreemdheid en onze afhankelijkheid tot onze Schepper. En dit doe je niet alleen. Dit doen we als gemeenschap en in gesprek met elkaar en met onszelf en met God. We hebben elkaar nodig voor dit gesprek. Wij zijn wie we zijn slechts binnen dit gesprek. Het wezen van de mens gebeurt niet binnen de wereld van de ander, maar in de verhouding tot de ander. Dit gesprek is tegelijk de kern van een psychologische behandeling.


Laatste wijziging:
6 november 2017