Onderdruk de wees niet!

Door op 6 augustus 2019 in de categorie Algemeen.


Voor problemen zijn er oplossingen en voor ziekte is er genezing, maar voor mensen die psychisch vastlopen is noch een oplossing, noch een genezing. Het benoemen van psychisch vastlopen als problematiek of stoornis verandert hier niets aan. Psychische problematiek is van een geheel andere orde en vraagt daarom ook om iets geheel anders. Het vraagt om een andere aanpak – geen aanpak zelfs – eerder een weg of een werken, een doorheen-werken. En wel niet naar een oplossing of genezing toe, maar naar het punt toe waar je het geen psychische problematiek meer kan noemen. ‘Het’ is er nog steeds, maar je noemt en ervaart het niet meer zo. Er is plaats gemaakt voor meer van jezelf en jouw wereld. Het ervaren en benoemen van psychisch vastlopen als ‘psychische problematiek’ blijkt achteraf een onderdeel van de problematiek. We zitten vast in een duiding. We zitten vast in een verdediging tegen het lijden. We zitten vast in een vaststaand, voor ons onbetwijfelbaar en ons vastzettend weten. Dit staat als een muur tussen ons en onze angst, en daarmee tussen ons en ons leven. Met een vaststaande overtuiging van hoe het zit en waar we aan lijden hebben wij ons leven klem gezet. En zelfs waar de rauwe diepte door onze werkelijkheid heen breekt proberen we het terug in te dammen binnen onze bestaande duidingen. Terwijl juist in de buitenzinnige diepte ons wezen op ons wacht. Door met het weten de diepte te vermijden houden wij ons hier van af. Met de mislukking van onze verdediging echter – met het uitbreken van de ‘psychische problematiek’ – nodigt God ons opnieuw uit hiertoe. Dat is Zijn Liefde voor ons. Hij nodigt ons onvermoeibaar uit om het te leren verdragen, om het te openen, om onze band met Hem hier te verdiepen en om ons bestaan hier te gronden.

Zolang we uit de diepte blijven en ons leven kunnen beperken tot de gemeenschappelijk gedeelde oppervlakkigheid van alledag blijft het leven duidelijk, overzichtelijk en draaglijk. We spiegelen ons aan de voorbeelden van anderen en we passen ons aan. Dit betreft een groot deel van ons leven en onze identiteit. We nemen de plaats in die wij hebben gekregen en dat begint bij het aanvaarden van onze naam. Buiten het aanvaardde en gedeelde zijn wij echter op onszelf, alleen, verlaten en vreemd. In de diepere lagen van het bestaan is het leven niet gemeenschappelijk en niet vanzelfsprekend. Een ontsluiting van de diepte kan ons leven in één ogenblik opslokken en overspoelen met angst en lijden. Wij leven op een actieve vulkaan. Het vergeten hiervan is voor de meesten de belangrijkste voorwaarde tot ‘geluk’ en ‘succes’ – wat bezien vanuit deze diepte dus niet zoveel voorstelt. De als ondraaglijk ervaren diepte wordt over het algemeen op alle mogelijke manieren ontweken en vermeden. De mens weest echter vanuit de diepte, voorbij de ander en voorbij elk weten. Hier is onze grond en onze opdracht. De mens vindt zijn wezen slechts in een toelaten van en een gronden in deze diepte. Hier lopen wij echter vast.

Als mensen vastlopen in hun leven en beginnen te lijden aan bepaalde terugkerende klachten gaan ze meestal eerst naar een huisarts. Als na allerlei onderzoeken en experimenten met medicijnen de klachten blijven en de arts ook niet meer weet wat hij nog kan doen, dan wordt het vermoeden wakker dat er misschien iets ‘psychosomatisch’ aan de hand is. Er wordt verwezen naar een psycholoog om daar te gaan praten. Over ‘problemen’. Stress. Spanning. Onverwerkte zaken. Onduidelijk wat. De meeste mensen hebben daar geen zin in en zien daar ook de zin niet van in. Vaak volgt dan eerst nog een ronde langs alternatieve specialisten. Dat, of een training of een coachingstraject. Of misschien een goed boek. Men doet er alles aan om het probleem buiten zich te houden en vooral niet de diepte in te hoeven. Begrijpelijk. Ons geluk hangt immers af aan het vergeten van de diepte. Maar als de ondraaglijkheid zich hardnekkig blijft opdringen en we klem raken in onze eigen verdediging dan is er op een goed moment geen keuze meer. En ondanks dat dit voelt als het dieptepunt van ons leven, is dat inderdaad een goed moment. De muur tussen ons en onze diepte staat namelijk tussen ons en ons leven. We zitten gevangen achter deze muur. De muur was en is bedoeld om ons oppervlakkig wereldse ‘geluk’ te beschermen, maar staat daarmee tussen ons en een mogelijk diepe en echte vreugde. De muur staat tussen ons en God en ons wezen – wat hetzelfde is. Gelovig of niet-gelovig, mensen houden zich in hun leven vooral bezig met een verdedigen tegen God.

Psychische problematiek reikt in de onbegrijpelijke, onoplosbare, problematische diepte van ons bestaan. Zo bezien is er eigenlijk niets mis met iemand met psychische problematiek, in de zin van er ‘iets’ ‘mis’ is. Daarom wordt het ook onderschat. Het zit ‘slechts’ ‘tussen je oren’. Maar er is dus tegelijk een heleboel mis, erger nog: alles is mis. Het ‘iets’ dat er mis is kennen we alleen niet en kunnen we ook niet kennen. Datgene wat er mis is, is mis met wie en wat wij zijn, met de mens. Er is iets mis met de mens. De mens is het mis-zijnde. We zijn sterfelijke, eindige wezens, die zichzelf aantreffen binnen een leven als iemand die wij zijn, maar waar we tegelijkertijd niets van weten of begrijpen. En daar worden wij mee geconfronteerd met psychische problematiek. Het is de diepe verlorenheid en vreemdheid, onze onwetendheid en onze kwetsbaarheid. Het ondraaglijke besef van het onvermogen tot het bestaan waarbinnen en als wat wij ons bevinden. In deze als ondraaglijk ervaren diepte spreekt God tot ons. Op de ondraaglijke grond van ons bestaan staat de mens in de Aanraking Gods.

Wij luisteren naar Soerah ad-Dhoeha.

وَالضُّحَىٰ

Bij het heldere licht van de ochtend.

وَاللَّيْلِ إِذَا سَجَىٰ

En de nacht wanneer deze omhult met duisternis.

مَا وَدَّعَكَ رَبُّكَ وَمَا قَلَىٰ

Jouw Heer heeft jou niet verlaten, noch haat Hij jou.

Hij spreekt ons aan in het diepst van de nacht, daar waar wij het verlangen naar een ochtend al hebben opgegeven, of bijna opgegeven. En Hij spreekt tot ons vanuit de helderheid van het heldere licht van deze ochtend. Hij reikt ons precies dat aan wat wij kwijt waren, namelijk Hem en Zijn Aanraking, de Belofte van Zijn Liefde voor ons.

Jouw Heer heeft jou niet verlaten, noch haat Hij jou.

Hij verzekert ons Zijn Eeuwigdurende Liefde en dat Hij ons nooit zal verlaten. En Hij legt ons het wezen van ons leven en deze beproeving uit. Om Zijn Liefde te blijven voelen, moeten we ons niet verliezen in deze wereld. We moeten ons leven niet gronden in de wereld en daar ons geluk zoeken en beschermen. We moeten de andere kant op kijken dan wij geneigd zijn te doen. Het is onze opgave en onze keuze om ons leven te gronden in de ondraaglijke diepte en daar te leren op Hem te vertrouwen. Hier is Hij en Hij heeft ons niet verlaten. Doorheen en voorbij de ondraaglijkheid van onze machteloze blootstelling kunnen wij komen tot de diepe vreugde, het eeuwige leven, de eeuwige vreugde. Wij proberen daarmee ons leven niet te gronden op het wereldse, op het eerste, op datgene wat ons onmiddellijk omringt, maar op het laatste, op de eeuwige grond van het leven. Aldus komen wij tot ons wezen en tot de diepere vreugde.

وَلَلْآخِرَةُ خَيْرٌ لَّكَ مِنَ الْأُولَىٰ

En zeker, het laatste is beter voor jou dan het eerste.

وَلَسَوْفَ يُعْطِيكَ رَبُّكَ فَتَرْضَىٰ

En de Heer zal jou geven en je zal tevreden zijn.

Ons verliezend in het wereldse ‘geluk’ en ‘succes’ – in het eerste – kunnen wij onze afhankelijkheid,onze machteloosheid en ons onvermogen tot leven vergeten. Precies dat is de functie van dit wereldse geluk. In de ondraaglijke duisternis van de nacht – in de dreiging Hem kwijt te zijn – herinneren wij ons Hem echter het beste, het diepste. Wij openen ons naar Hem en Hij spreekt tot ons. Hij ontvangt ons, leidt ons en beschermt ons. Het gebied van ons bestaan wat wij angstvallig proberen te vermijden bevat het geheim van ons diepste geluk, ons ware geluk, ons op Zijn Eeuwigheid gegronde geluk. Het geluk van de eeuwige vreugde. In dit gebied worden wij herinnert aan dat Hij het is die ons beschermt, leidt en draagt.

أَلَمْ يَجِدْكَ يَتِيمًا فَآوَىٰ

Vond Hij jou niet als wees en bood jou toevlucht?

وَوَجَدَكَ ضَالًّا فَهَدَىٰ

En vond Hij jou niet verdwaald en leidde jou?

وَوَجَدَكَ عَائِلًا فَأَغْنَىٰ

En vond Hij jou niet arm en voorzag Hij jou?

Om ons over te geven aan Hem, moeten we open staan voor onze afhankelijkheid en het gevoel van machteloosheid als Hij er niet zou zijn. Dit voelen en beseffen en niet in paniek raken, maar vertrouwen vinden. Dat is de opgave en de keuze van het mens-zijn, het verleggen van ons anker naar het laatste. Maar dat betekent dus de blijvende blootstelling en ontsluiting van onze diepste kwetsbaarheid. En dit betekent de moed opbrengen de ondraaglijke grond van ons bestaan niet meer te ontwijken, maar juist hier te gaan wonen.

فَأَمَّا الْيَتِيمَ فَلَا تَقْهَرْ

Onderdruk daarom de wees niet!

وَأَمَّا السَّائِلَ فَلَا تَنْهَرْ

En stuur de vragende niet weg!

Onderdruk je kwetsbaarheid niet. Hoe Hij jou vond en hoe Hij jou ontvangen heeft: blijf zo. Blijf daar. Houdt dat open. Blijf de wees die je bent. Wees niet grootmoedig. Ontken niet de hulp die je nodig hebt en durf daar naar te vragen. Durf oprecht te zijn. Wees sterk en machtig in open blootstelling. Wij hebben Hem nodig en we hebben elkaar nodig. We zijn hulpeloos en machteloos. Onderdruk de wees niet. En stuur de vragende niet weg.

وَأَمَّا بِنِعْمَةِ رَبِّكَ فَحَدِّثْ

En wat betreft de gunsten van jouw Heer, verkondig deze.


Laatste wijziging:
6 augustus 2019