Taal en een psychologische behandeling

Door op 28 november 2017 in de categorie Algemeen.


De taal is voor de mens zo belangrijk dat het niet te overschatten is. Het kunnen spreken, het kunnen benoemen van zaken, het kunnen aanspreken van elkaar, het kunnen luisteren – en vooral ook dat iemand kan luisteren naar jou – is van onschatbare waarde, nee meer nog: het is wezenlijk. Taal hebben of taal kunnen gebruiken – talig zijn – hoort wezenlijk bij de mens. De mens bestaat in en met de taal. Zonder taal is een mens geen mens. Als we de mens als kategorie apart nemen van dieren en definiëren als een ‘dier met taal’, dan zou men daartegen in kunnen brengen dat dieren ook taal hebben, en wel in de vorm van ‘tekens’. Maar datgene wat mensen doen met taal – of datgene wat de taal betekent voor ons – is van een volstrekt andere orde dan tekens bij dieren. De mens leeft in de taal en leeft als de taal. Wat dieren doen met tekens is misschien enigzins te begrijpen met behulp van datgene wat de ‘communicatie-theorie’ genoemd wordt, maar wat de taal betekent voor de mens is veel wezenlijker en dieper om binnen deze ‘theorie’ überhaupt in het zicht te komen.

De taal is voor de mens wezenlijk. Deze wezenlijke rol van de taal binnen het menselijk bestaan is ook een belangrijk ‘argument’ tegen de evolutie-theorie. Binnen de verschillende varianten van deze theorie wordt de grond van het menselijk bestaan begrepen als een ‘materieel organisme’. Het bewustzijn – de taal – huist volgens deze theorie binnen dit materiële organisme. De plek waar dit gebeurt wordt gesitueerd in de hersenen. Ergens in de aldus evolutionair gedachte ontwikkeling van levende wezens – en met name dus in de ontwikkeling van die hersenen – is er de mogelijkheid ontstaan om talig in de wereld te staan. Deze ontwikkeling zou geleidelijk zijn gegaan. Dat is echter precies het probleem met deze theorie. Het talig-zijn van de mens laat namelijk een oneindig en onoverbrugbaar verschil zien. Natuurlijk kan de oneindigheid van deze sprong ontkend worden. Natuurlijk kan men weigeren dit te zien, te herkennen of te erkennen. Maar ook deze weigering is gebaseerd op de mogelijkheid van het talig in de wereld staan en precies deze mogelijkheid is een onbegrijpelijk wonder. Het is het onbegrijpelijke wonder als zodanig. De mens – zijn bestaan – is een wonder. Wie dit ontkent is niet wijs.

Het eerste woord dat Allah de Verhevene middels Djibriel openbaart aan Mohammed, vrede zij met hem, is, zoals bekend:

Iqrah” – Soerat al-‘Alaq: 1

Dit kan vertaald worden als “Lees op!”, “Zeg op!” of “Reciteer!”. Een echo hiervan vinden we ook terug in de openbaring van Isa, vrede zij met hem:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. – Evangelie van Johannes: 1

Deze belangrijke – zo niet de enige – rol van de taal vinden we ook terug binnen een psychologische behandeling. Zoals Lacan zegt:

Qu’elle se veuille agent de guérisson, de formation ou de sondage, la psychanalyse n’a qu’un médium: la parole du patient. Jacques Lacan – Fonction et champ de la parole et du langage.

Of het nu toegepast wordt in therapie, onderwijs of om tot diepere inzichten te komen, de psychoanalyse heeft slecht één medium, namelijk het woord van de patiënt.

Alles gebeurt binnen de taal: de mens, de behandeling, de Openbaring, de wereld. En als we ons dit beseffen stuiten we op een merkwaardige paradox. Enerzijds herkennen we de fundamentele rol van de taal. Anderzijds herkennen we precies hierin het onverwoordbare – dus niet in taal te vatten – wonder van het menselijk bestaan zelf. Het is onze verhouding tot God. De taal zelf is niet-talig, voor-talig en buiten-talig. De taal verwijst in wat het is buiten zichzelf. Dat bedoel ik niet in de gebruikelijke zin dat de taal over ‘iets’ gaat en dat dit dan de ‘betekenis’ is van de woorden. Ik doel op het wezen van de taal als de opening van wereld en zijn überhaupt.

We raken hier – zonder er ook maar iets van te begrijpen – het mysterie en wonder van ons bestaan. Binnen de taal, binnen de wereld, binnen de behandeling, binnen de mens, meldt zich de taal als datgene wat niet in taal te vatten is. Wat de taal ons zelf uiteindelijk vertelt is niet in woorden te vatten. Het is het menselijke en onze verhouding tot God. Net als een parel in zijn diepste kern een vreemd vuiltje bevat en net als een ui in de kern niets is, zo beweegt de taal – en dus het menselijk bestaan – om het ontalige, om een voortalig niets-iets.

Tijdens een psychologische behandeling stuiten wij langs verschillende kanten op deze grens.

Immer tönt An schwarzen Mauern Gottes einsamer Wind.

Ten eerste is er de grote groep van mensen met – kort gezegd – een buitentalige chaos in zich. Het is een groep mensen waarvan velen aangeven dat die de laatste tijd schrikbarend groeit. Het zijn de getraumatiseerden, maar ook de kinderen met ‘ADHD’ of andere ‘gedragsstoornissen’. De namen zijn divers. ‘Borderline’ valt hier ook onder, maar ‘Narcisme’ ook. Verslavingsproblematiek valt vaak ook binnen deze groep. Het middel waaraan men is verslaafd (drugs, gokken, alcohol, porno) wordt ingezet om deze chaos te bedwingen. Games, (teken)films en series spelen in op deze groeiende chaos bij de jonge generatie. Ze zijn voor mensen zonder deze chaos vaak niet te volgen en veel te onrustig. In het kader van wat we zojuist besproken hebben is het opvallende van deze ‘chaos’ dat het geen betekenis heeft, maar wel betekenis zoekt. Het is een pre-talige drift die naar aandacht, begrip, erkenning en betekenis zoekt, onophoudelijk, langs alle mogelijke wegen, niet tot rust te brengen. Het zoekt iets. Wat zoekt het? Waar vindt het zijn rust? Het moet gebonden worden. Het enige wat het kan binden is betekenis, taal: woorden die herkend en erkend worden door de chaos-drift zelf. Zoals Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

En Wij zenden van de Koran neer wat Genezing en Genade voor de gelovigen is.” – Soerat al-Israa’: 82

De betekenis van het leven komt van (het Woord van) God. Het is vervolgens ook niet zo heel gek dat de groei van chaos bij de huidige generaties wordt gekoppeld aan te weinig persoonlijke (betekenisvolle) aandacht tijdens de opvoeding: te weinig luisteren, maar ook te weinig duidelijkheid over wie de baas is en wat deze baas wil en wat nu eigenlijk de bedoeling is van het leven. De Gentse psychoanalyticus Paul Verhaeghe noemt de problematiek van deze groep patiënten aktuaalpathologie.

Naast de groep mensen waarbij de chaos onbewerkt alles doorbreekt en onder druk zet, is er een grote groep van mensen die deze chaos wel voldoende verwerkt (lijkt te) hebben. De chaos is niet verdwenen, maar blijft over het algemeen uit. Het breekt op ongewenste momenten door onze verdediging heen. Een intacte verdediging houdt het leven leefbaar. Dit is wat wij ‘normaal’ noemen. Maar bij iedereen en op elk moment kan de pre-talige chaos het leven doorkruizen. Dat kan het gevolg zijn van bepaalde gebeurtenissen, veranderde omstandigheden of simpelweg omdat de verdediging is uitgewerkt. Hoe dan ook. De verdediging moet hersteld worden. Meestal kan dat met een pleister, maar soms is dat niet voldoende. Er is dan een nieuwe verdediging nodig en dat betekent een grondig herschrijven van het eigen verhaal. De uitgebroken chaos-onrust moet opnieuw en nu anders worden ingepakt. Dit vraagt veel tijd en moeite.

De chaos-onrust is iets dat noodzakelijk gemeden wordt en mensen houden daarom noodzakelijk vast aan hun oude verhaal. De uitbraak van chaos-onrust-angst is te begrijpen als een beproeving. Wij zijn mensen en kunnen de waarheid en de realiteit niet tot nauwelijks aan, maar op de plekken waar de chaos-onrust-angst doorbreekt worden we blijkbaar naar dieper geroepen. Het is dus een opgave en de opgave bestaat uit het herschrijven van ons verhaal: een dieper verhaal, in de zin van een dieper geloof, een dieper vertrouwen op Hem, een meer klaar zijn voor de dood, een diepere mate van vrede met het leven en ons lot. De paradox hiervan is vaak dat om tot een diepere en meer omvattende acceptatie te kunnen komen van ons lot, we vaak juist actief moeten ingrijpen in het leven en doelbewust de teugels in handen moeten nemen. Men moet veranderen. Leren accepteren houdt ook vaak leren weigeren in. Het is een ingewikkeld leerproces. Er is een aanpassing nodig die meer recht doet aan het onzichtbare, onbegrijpelijke krachtenspel van het leven, ons gesprek met Hem.


Laatste wijziging:
18 december 2017