Trauma

Door op 23 september 2020 in de categorie Algemeen.


In mijn werk met mensen met psychische problematiek, maar ook daarbuiten, heb ik mij altijd verwonderd over de werking van pijn. Pijn kan ontzettend diep gaan, en zelfs iemand tot waanzin drijven, maar is tegelijkertijd heel vluchtig: het kan op momenten in één oogwenk verdwenen en onbereikbaar zijn. Ik heb vaker in één en hetzelfde behandelgesprek beide meegemaakt. Wat pijn precies is, is daarom eigenlijk al een vraag op zich.

In dit stuk wil ik het graag hebben over trauma en de emotionele pijn die daarmee samenhangt. De meeste pijnlijke situaties die wij als mens meemaken verwerken wij vanzelf en worden vrij snel ook weer vergeten. Bij trauma is er echter sprake van pijn die niet is verwerkt en zich daarom vastzet in het lichaam en terug blijft keren in iemands leven. Ik spreek dagelijks vrouwen die hieraan lijden als gevolg van (emotionele) verwaarlozing, (seksueel) misbruik, mishandeling of andere situaties die een verwonding hebben achtergelaten. Bij veel van deze vrouwen zijn de mechanismes om hiermee om te gaan, vermengd geraakt met de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Precies deze beschermende maatregel bemoeilijkt een latere behandeling aanzienlijk. Iemand komt in behandeling, op zoek naar een weg naar heling maar staat hierbij zichzelf in de weg. Bij de zoektocht naar de weg uit de pijn, komen we zo een kracht tegen die iemand vaak juist steeds meer vastzet in de pijn. De pijn neemt alleen maar toe en kan iemands leven volledig gaan overheersen. Hoe is dit mogelijk? Een zorgvuldige en diepere bewustwording van de traumatische beleving kan hierbij voor meer inzicht zorgen.

Wat is psychisch trauma?

Vanuit neurologisch of biologisch oogpunt wordt geprobeerd dit te verklaren aan de hand van fysiologische en neurologische verstoringen, verwarringen of blokkades in de hersenen. Dit kan bepaalde inzichten verschaffen, maar trauma kan het leven zodanig ontwrichten dat iemand behoefte krijgt aan een diepere betekenis van de pijn. Helemaal voor iemand in een levende relatie met God, is de vraag wat trauma nu echt voor betekenis heeft binnen het geloof, vaak een belangrijk punt.

Bijna iedereen kent die momenten waarin het besef dat wij in deze wereld compleet hulpeloos en overgeleverd zijn, zich ineens als een diepe, verlammende angst aan ons opdringt. Door de turbulentie in het vliegtuig, door een dierbare die onverwacht komt te overlijden of een andere situatie die ons uit onze bubbel van veiligheid en rust haalt, al is het maar voor een fractie van een seconde. Deze momenten herinneren ons aan onze nietigheid en aan de kwetsbaarheid die inherent zijn aan het menszijn. Het is een zegen dat we deze momenten meestal weer snel achter ons kunnen laten. Het lichaam ontdoet zich dan vanzelf van de spanning die hierbij komt kijken. De herinnering eraan vervaagt en we gaan weer door met ons leven.

Wanneer iemand echter iets heeft meegemaakt wat te overweldigend was om te kunnen verwerken en waardoor het gevoel van basisveiligheid is beschadigd, is dit natuurlijke herstelproces verstoord. Er ontstaat een diepe, pijnlijke wond in de ziel. En om dit te kunnen dragen wordt vaak geprobeerd om het eigen gevoel uit te schakelen, waardoor de verbinding met het lichaam verstoord raakt. Deze verstoring uit zich als een in het lichaam vastzittende pijn die een dwingende energie en onrust creëert en iemand wanhopig laat zoeken naar een weg eruit. Hier spreken we van traumatisering.

Iemand kan hierdoor in een haast continue staat van waakzaamheid of schrik verkeren, of met regelmaat herbelevingen ervaren van de traumatische gebeurtenis(sen). Ook kan iemand last krijgen van dissociatieve klachten waarbij men op momenten van stress uit zichzelf lijkt te treden. Het trauma kan zich ook sluimerend onder het oppervlak bevinden, en pas zichtbaar worden wanneer een ander in de nabijheid komt of wanneer de verwonding op een andere manier wordt aangeraakt. En zelfs dan kan het zo zijn dat iemand zich nog niet echt realiseert dat er een onderliggend trauma schuilgaat onder de ervaren klachten of problemen. Dit heeft vaak te maken met het tegen het trauma opgebouwde overlevingsmechanisme.

Overlevingsmechanisme

Wanneer iemand een levensbedreigende situatie beleeft, of een andere situatie die men niet in staat is te verwerken komt diegene in een andere bewustzijnstoestand en wordt er meteen een overlevingsmechanisme geactiveerd. In de eerste instantie gebeurt dat in de vorm van vechten, vluchten, of bevriezen. Wanneer iemand op jongere leeftijd getraumatiseerd raakt door meerdere van zulk soort situaties, zal in de meeste gevallen de ontwikkeling van de persoonlijkheid vermengd raken met het overlevingsmechanisme. In de persoonlijkheid heeft dit vaak de vorm van een opgebouwde verdediging tegen de omgeving. Wat ik vaak tegenkom in de praktijk is het beeld van een voor de buitenwereld (redelijk) geslaagd persoon maar hoe dieper er wordt ingegaan op de problematiek, hoe meer er een kwetsbare of gebroken kern zichtbaar wordt. De omgeving is al vroeg bestempeld als ‘onveilig’ en iemand heeft mechanismes ontwikkeld om zich tegen deze veronderstelde onveiligheid te weren. Iemand houdt bijvoorbeeld anderen altijd op afstand, stoot mensen af zodra ze in de buurt komen of heeft de neiging de omgeving te controleren.

Het lastigste stuk van een behandeling is de afbraak van deze hardnekkige verdediging die de kwetsbare en getraumatiseerde laag bedekt. Dit valt te vergelijken met een wond die bedekt is door een pleister, maar aan de wond is gaan vastzitten. De pleister moet verwijderd worden zodat de wond verder kan helen maar bij het verwijderen ervan wordt de wond eerst erger.

Toch moet de pleister eraf. Waar de verdediging aanvankelijk nog functioneel was en als doel had te overleven, staat het nu in de weg en zorgt het voor veel problemen zoals piekeren, onrust, verwarring en innerlijke conflicten. Dit komt omdat de verdediging gegrond is op een set van vaste, disfunctionele duidingen of overtuigingen met betrekking tot het zelf, de ander en de wereld.

“Het leven is oneerlijk”, “niemand blijft toch bij me”, “ik ben het niet waard om van te houden”, “ik sta er alleen voor”, “ik verdien eigenlijk beter”, “de wereld is onveilig”, “mensen zijn niet te vertrouwen”, zijn een aantal veelvoorkomende basisovertuigingen waaromheen iemand naar aanleiding van een trauma een verhaal voor zichzelf heeft gecreëerd.

Wanneer deze vastgeroeste overtuigingen naar voren komen blijken dit veelal overtuigingen te zijn waarin iemand zich met een bepaald lijden identificeert. Dit kan zich uiten in de vorm van zichtbaar lijdende persoonlijkheid duidelijk gekenmerkt door een zwakke opstelling en passiviteit maar minder voor de hand liggend ook juist door het tegenovergestelde beeld van iemand die sterk, zelfverzekerd en assertief overkomt. De oorzaak van de pijn wordt  toegeschreven aan zichzelf, aan anderen of andere externe factoren maar is hoe dan ook gekoppeld aan bepaalde hardnekkige onderliggende overtuigingen. Er is daaromheen sprake van een star, ongenuanceerd denkpatroon, zwart-wit gedachtes en het ontbreekt aan een bepaalde mate van buigzaamheid of flexibiliteit. Hoe hardnekkig de overtuigingen ook kunnen zijn, uiteindelijk is het vaak niet meer dan een diep ingesleten gewoonte van het denken wat deze starheid in stand houdt. Bepaalde waarheden omtrent onze ‘ik’ waaraan we gewend zijn en waaromheen we onze verhalen hebben opgebouwd.

De onderliggende overtuigingen met betrekking tot onze ‘ik’ zouden we ons ego kunnen noemen. Ons wereldse idee van wie we zijn of willen zijn. Er wordt stevig vastgehouden aan deze overtuigingen, aan een bepaald ‘weten’, omdat dit een gevoel van begrip geeft en daarmee een gevoel van controle. Het onbegrip en de machteloosheid die zo kenmerkend zijn voor het trauma lijken op die manier te worden opgelost.

In een poging de pijnlijke, betekenisloze leegte te dichten die een trauma achterlaat hecht iemand zich dus vaak krampachtig aan een illusie over een ‘ik’. In plaats van ruimte te kunnen geven aan een heling van de wond, heeft men zich gehecht aan de onderliggende overtuigingen die de pleister op de wond hebben gevormd. Dit gebeurt in de vorm van een ‘zeker weten’. Het ‘weten’ van iemand over wie hij of zij is, wie de ander is en hoe dingen in elkaar zitten en daarnaar handelen verdrijft het gevoel van machteloosheid en nietigheid en zorgt voor een gevoel van geruststelling en veiligheid. Schijnveiligheid echter want alles wat als een afdekking van het tekort aan basisvertrouwen is gegrond op hardnekkige negatieve overtuigingen, blokkeert de weg naar herstel. Het blokkeert de weg naar een vertrouwen waarin er ruimte is voor juist hetgeen wat wij niet kunnen bereiken via een weten van het verstand. Het vertrouwen opgevangen te worden en veilig te zijn, zonder hierover te hoeven nadenken of iets te hoeven doen.

وَمَن يَتَّقِ اللَّهَ يَجْعَل لَّهُ مَخْرَجً
وَيَرْزُقْهُ مِنْ حَيْثُ لَا يَحْتَسِبُ وَمَن يَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّهِ فَهُوَ حَسْبُهُ

 En wie Godsbewustzijn heeft, Hij maakt voor hem een uitweg.
En Hij voorziet hem van daar waar hij het zich niet kan voorstellen.
En wie op Allah vertrouwt, Hij is voldoende voor hem.

65:2-3

De zoektocht naar heling: het doorbreken van de cirkel van pijn

Het overlevingsmechanisme wordt bij trauma dus vaak iets wat zich tegen ons gaat keren. Het  krampachtig vasthouden aan overtuigingen uit het verleden vormt een bron van nieuwe pijn. Hier komen we op het punt van traumaherhaling. In een onbeholpen poging te ontsnappen aan de pijn wordt het trauma herhaald.

Het opnieuw in scène zetten van het trauma begint wanneer het gevoel van onveiligheid voelbaar wordt. Iemand komt hierdoor in een alerte staat waarin men overspoeld wordt door een drang iets te moeten doen. Iemand denkt vanuit de angst iets te moeten doen om zo weg te kunnen van de angst. Ons verstand wordt in dienst gesteld hiervan. Als eerste komen dan ook bijna altijd vragen op zoals: Hoe ben ik hier beland? Hoe kom ik hieruit? Wat moet ik doen? Het zijn haast automatische, vanzelfsprekende vragen die ons worden opgelegd door ons denken. Men moet het weten, “ik weet het niet” is geen mogelijkheid op dat moment. Als antwoord op deze vragen dient zich meestal de vaste set van negatieve overtuigingen aan, waar vanuit men actief op zoek gaat naar de oorzaak van de activering van het gevoel van onveiligheid. Als deze vervolgens is gevonden dan ‘weet’ men wat er is en wat men moet doen. Ongemerkt waren de overtuigingen uit het verleden echter vanaf het begin al de drijvende kracht achter dit ‘weten’. Men richt zijn aandacht op datgene waarvan hij overtuigd is en ‘wist’ zo het antwoord allang. Door het doorlopen van de cirkel wordt dit telkens bevestigd.

In een zoektocht naar een uitweg wordt betekenis gevonden in de vorm van een projectie op de directe omgeving en er wordt een vijand of oorzaak gevonden buiten onszelf. Daar moet dan iets gebeuren. Iemand raakt verstrikt in gedachtes: “als de situatie anders was, dan ging het beter met mij” of “als de ander er maar meer, beter, vaker voor mij was, als die mij maar beter begreep, dan zou alles anders zijn”.

Het noodlottige van deze poging tot het vinden van een uitweg, het zoeken ervan slechts buiten onszelf, is dat het een negatieve cirkelbeweging in stand houdt die geen ruimte laat voor heling. Er is geen bewustzijn van het innerlijke proces wat constant dezelfde verhalen, constant hetzelfde patroon in stand houdt. Herhalingsdwang. Het bevestigt de pijn en creëert vaak zelfs ook nog méér pijn. Het is daarom ook geen uitweg maar slechts een weg waarin men weggaat van zichzelf, weg van de ander en weg van God en zijn Genezing. Op de vlucht voor zichzelf om elke keer weer uit te komen bij de pijn. Hetgeen iemand juist continu denkt te willen vermijden. En de cirkel brengt iemand steeds dieper, het wordt steeds duisterder.

Het verwarrende hieraan is dat traumaherhaling onvermijdelijk is. De cirkelbeweging moet eerst doorlopen worden alvorens iemand de beweging kan gaan maken eruit.

Hoe snel je ook rent, je schaduw houdt je makkelijk bij, en loopt soms zelfs voorop.
Alleen de zon, pal boven je, doet je schaduw verdwijnen.
Maar die schaduw was je ook tot nut.
Wat je kwetst zegent je ook
Duisternis is je kaars

– Mevlana Rumi

Het is een valkuil om te denken dat de pijn die we ervaren van buitenaf komt en de heling dus ook van buitenaf moet komen. Dit geldt zelfs voor God. Natuurlijk is Hij de Genezer en ligt alles in Zijn Handen, maar er moet worden uitgekeken hoe dit wordt begrepen. Vaak werkt een verkeerd begrip hiervan niet alleen binnen trauma, maar überhaupt binnen elke psychische problematiek, aangeleerde hulpeloosheid in de hand. Aangeleerde hulpeloosheid ontstaat wanneer er in het verleden herhaaldelijk en langdurig sprake is geweest van een patroon van gebrek aan controle over de uitkomst van een situatie. Iemand acht zichzelf niet in staat om invloed uit te oefenen op het eigen leven of andere keuzes te maken. Als iemand vanuit een trauma vastzit in dezelfde gedachtes en hetzelfde gedrag blijft vertonen dan zal inderdaad telkens dezelfde pijn worden ‘bevestigd’. Voor iemand die zich hiervan niet bewust is, is de gehele wereld om hem heen een manifestatie van zijn negatieve overtuigingen. Wonderbaarlijk geldt dit ook voor Allah. Allah ﷻ zegt:

أَنَا عِنْدَ ظَنِّ عَبْدِي بِي

Ik ben tegenover iedere dienaar zoals hij denkt dat ik ben.

– Hadith Qudsi

De weg uit het lijden

Op de weg van genezing van trauma moet de pleister dus van de wond worden gehaald. In dit pijnlijke proces is de steun van de ander onmisbaar. De steun van de ander herinnert ons aan de liefde van God en de liefde voor onszelf die we nodig hebben om de strijd vol te houden. De eerste stap in de richting van genezing van trauma is dus het leren aannemen van de helpende hand van de ander. Van de ander wordt hierin geduld verwacht omdat het ontvangen van steun voor iemand die een stevige verdediging heeft opgebouwd tegen de ander, aanvankelijk vaak gepaard gaat met veel wantrouwen. Dit alles betekent echter niet dat de ander onze pijn kan of moet wegnemen. Dit is ook niet mogelijk. De grootste strijd leveren we zelf. Hiervoor zijn wilskracht en doorzettingsvermogen onontbeerlijk.

Trauma nodigt uit tot een dieper bewustzijn waarin ruimte ontstaat voor het loslaten van ons eigen weten, en de verhalen over de wereld, anderen en onszelf. Het duwt ons bewustzijn richting de keuze de identificatie met het lijden los te laten en richting een herschrijving van de waarheden en overtuigingen die zijn ontstaan vanuit onze verwondingen. Men moet bereid zijn de eigen ‘waarheden’ één voor één te bevragen en aan te passen, en de bereidheid hebben om zaken los te laten waar men tot op heden heilig van overtuigd is geweest. En vervolgens de kracht om het leven terug toe te laten. Hierin is het onmisbaar dat iemand zichzelf aan God durft te geven, zichzelf durft over te geven, bereid is om los te laten en te geloven in het goede.

إِنَّ سَعْيَكُمْ لَشَتَّى
فَأَمَّا مَنْ أَعْطَىٰ وَاتَّقَى
وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى
فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى

Voorzeker, jullie streven is verschillend.
Wat hem betreft die geeft en Godsbewustzijn heeft,
En gelooft in het goede,
Wij zullen het gemak voor hem vergemakkelijken.

92:4-7

De weg uit de pijn vinden betekent dus niet zomaar een pijnvrij leven. Het is een doorgaande weg waarop iemand soms dag in dag uit hard moet blijven werken en strijden tegen spoken uit het verleden. De pijn moet men hierna erkennen, leren doorleven en (ver)dragen om de cirkel te doorbreken. Elke keer weer.

“Het lijkt er misschien op dat de situatie het lijden veroorzaakt, maar ten diepste is dat niet zo, je verzet doet dat.”

– Eckhart Tolle

Genezing van trauma zit binnenin ons. Om hier te komen moeten we ons naar binnen keren, kunnen ontvangen wat zich aandient in het hier en nu en dat met vertrouwen doorleven. Dit betekent ook het loslaten van de eisen die we aan het leven stellen en aandacht hebben voor wat er nu wél is. Dankbaarheid.

لَئِن شَكَرْتُمْ لَأَزِيدَنَّكُمْ

“Als jullie danken zal Ik zeker voor jullie vermeerderen”.

14:7

Dit betekent overgave. Terugkeren naar onze ziel. Een plek waar we los kunnen staan van onze gedachtes, een toestand waarin we de nabije aanwezigheid van God kunnen ervaren en waar alle wereldse zorgen, angsten en verhalen even geen rol meer spelen. Overgave aan onze afhankelijkheid en ons laten geruststellen door Zijn Aanwezigheid. Dat is allesbehalve een makkelijke weg. Maar aanvaarding is de enige weg naar heling en terug naar het leven.


Laatste wijziging:
2 oktober 2020