Wat betekent ‘de mens centraal’?

Door op 22 januari 2018 in de categorie Algemeen.


Veel zorginstellingen stellen volgens eigen zeggen ‘de mens centraal’. Wat betekent dit en in hoeverre doen zij dit ook? Met ‘de mens centraal’ wordt bedoeld dat je niet als een nummer of als een geval behandeld wordt. Een mens wil graag dat er naar hem geluisterd wordt en door de mens ‘centraal’ te stellen wil men veilig stellen dat ieder zich gehoord en gezien voelt, op een persoonlijke manier benaderd wordt en dat er ruimte gegeven wordt aan wie je bent. Dit betekent dat men grote zorginstellingen decentraliseert en een gevoel van kleinschaligheid probeert uit te stralen. Het betekent dat men streeft naar actieve participatie. Mensen worden gestimuleerd om op eigen kracht zich te ontwikkelen en men gaat uit van de beleving van de patiënt zelf. Dit betekent dat het doel van de behandeling gezamenlijk met de patiënt vertaald wordt naar zijn persoonlijke beleving. Dit klinkt heel mooi, en de bedoeling hiervan is over het algemeen ook wel goed, maar in de uiteindelijke uitwerking hiervan komt er bar weinig van terecht en blijkt het slechts een schijnvertoning.

Voor een psychologische behandeling betekent ‘de mens centraal’ dat in het proces van diagnose en behandeling een samenwerking aangegaan wordt tussen behandelaar en patiënt. Het doel van de behandeling wordt gezamenlijk bepaald, geheel rekening houdend met de patiënt (die we dan ‘cliënt’ noemen), zijn of haar wensen en mogelijkheden. Aldus hopen we dat hij of zij extra gemotiveerd is. Het is zijn of haar behandeling en wij als zorgverleners proberen dit mogelijk te maken. Zo wordt het gebracht en men gelooft hier in, maar er gebeurt helaas iets heel anders.

Ten eerste komt het doel van de behandeling niet van de patiënt zelf. Het traject komt van de ander. Het is hun traject. Als de patiënt namelijk met een doel komt dat niet past binnen het plan van de behandelaar dan zal dit subtiel (of minder subtiel) bijgestuurd en aangepast worden. Het behandeldoel zal dus quasi-vrijwillig aangenomen moeten worden, anders is er geen behandeling mogelijk. Vervolgens wordt er voorafgaand aan de behandeling een uitleg gegeven vanuit een ‘weten hoe het zit’. Dit weten stamt van de theorie van de desbetreffende behandelaar. Afhankelijk van de behandelaar of de instelling wordt de nadruk gelegd op ‘cognitieve informatieverwerking’ of ‘chemische processen in de hersenen’. Hoe dan ook, deze uitleg moet geaccepteerd worden. Als extra camouflage van het gebrek aan keuzemogelijkheden binnen dit behandelingstraject (lees: normalisering) baseert de behandelaar zich niet op zijn eigen persoonlijke inzichten, maar op een ‘evidence-based’ wetenschap. Onder het mom van een ‘neutrale’ ‘wetenschap’ volgens ‘het’ denken – de enige mogelijke vorm van denken, logisch denken ‘conform’ ‘de’ werkelijkheid – wordt er een schijn van vrijheid en menselijkheid hoog gehouden waarin ‘de mens centraal’ staat. Maar de mens staat helemaal niet centraal, een zeer specifieke mens- en werkelijkheidsduiding staat centraal. Het paradoxale van deze duiding is nog wel dat deze zo dominant is en zo intolerant dat het juist hierdoor in de schijn van vrijheid kan laten geloven. Binnen de moderne werkelijkheidsduiding worden alternatieven niet afgewezen, ze bestaan niet.

Hoe zetten we de mens dan wel centraal? In eerste instantie door hem niet centraal te stellen. Door te luisteren naar het wezen van de mens en op weg proberen te gaan dit wezen te denken. We zullen ruimte moeten maken voor de ander. We zullen ons moeten terugtrekken. We moeten niet denken dat we het allemaal weten, wij niet en ook ‘de wetenschap’ niet. Door noch jezelf, noch een weten op de voorgrond te stellen, kunnen wij wellicht horender worden en gaan luisteren. Dus niet de patiënt het ‘gevoel’ geven dat er naar hem geluisterd wordt, maar het daadwerkelijk doen. Dit te kunnen is een kunst. Deze kunst is onze wetenschap. De kern van onze wetenschap is geen woord en geen weten, maar ons hart. En het wezen van ons hart is onze openheid en overgave aan Allah swt. Niets meer en niets minder dan dat. Luisteren naar de ander is slechts mogelijk als we ons overgeven aan God. Vanuit de reguliere, moderne, wetenschap wordt dit bestempeld als onzin, maar precies dit is de waarheid en de enige waarheid. Zonder gehoor te geven aan God is er geen Genezing mogelijk. Zowel binnen de behandeling als in onze wetenschap zullen we ruimte moeten laten voor dit gehoor geven. De mens weest in verhouding tot God. Wij kunnen de mens niet in zijn wezen toelaten – laat staan ‘centraal stellen’ – zonder God op de eerste en laatste plaats te stellen.

Deus est sphaera infinita cuius centrum est ubique, circumferentia nusquam.

God is een oneindige cirkel waarvan het centrum overal is, en de omtrek nergens.

Door Hem te erkennen als onze Schepper en onze afhankelijkheid tot Hem te herkennen en erkennen in alles, laten wij ruimte voor Zijn Genezing. Dit maakt een ontmoeting mogelijk, zowel met Hem als met elkaar.

De ‘mens centraal stellen’ klopt niet, want de mens is geen centrum en we hebben daar ook geen zicht op. We kunnen niet eens God als Centrum aanstellen, want ook dat gaat ons verstand te buiten. Het aanstellen van een centrum pretendeert een weten, en ons verstand reikt daarvoor niet ver genoeg.

Wie es aber ergangen ist in allen Dingen, je mehr Witz, je mehr Irrgang! Denn des Menschen Verstand gibt’s nit. Es muß sie allein geben derjenig, in des Hand sie ist.

De mens heeft geen verstand. Pas als we dit ‘geen’ centraal stellen, kunnen we waarheid en werkelijkheid recht doen. Dus door een de-centraliseren van de mens. Onze terugkeer is tot de Heer. In Zijn Hand ligt alles. In verhouding tot Hem weest de mens. Het is ons hart. De enige manier om de mens in zijn wezen te laten inkeren is door onszelf niet op de eerste plaats te zetten.


Laatste wijziging:
22 januari 2018