Werkelijkheid

Door op 17 augustus 2019 in de categorie Algemeen.


We zijn in onze tijd eraan gewend geraakt om de wereld om ons heen te benaderen als objectieve werkelijkheid, dat wil zeggen als iets wat buiten ons om is wat het is. Alles wat is bestaat onafhankelijk van ons, vaststaand en (door ons) vaststelbaar. Verschillende disciplines van de moderne wetenschap onderzoeken deze objectieve werkelijkheid, brengen deze in kaart en stellen verbanden vast, met name causale verbanden en wetmatigheden. De kennis die deze benadering oplevert wordt toegepast in de modern-technische manipulatie van onze omgeving. Deze manipulatie grijpt diep in ons bestaan in en heeft onze wereld en ons leven drastisch veranderd. De afgelopen halve eeuw heeft zich de invloed hiervan verspreid over alle facetten van het leven. De moderne wetenschap bepaalt in deze tijd hoe wij denken en wat wij doen. Als een vrouw in verwachting raakt van een kind weten we dat meestal dankzij de modern-wetenschappelijke benadering, als ze niet al überhaupt in verwachting is geraakt dankzij deze benadering. We weten of het een jongen of een meisje wordt dankzij de moderne techniek. De gehele zwangerschap wordt modern-wetenschappelijk uitgelegd, gevolgd en bewaakt. Ons hele leven wordt bepaald, gevolgd en omzorgd vanuit een modern-wetenschappelijke, objectieve benadering. Ongemerkt brengt dit de mens in zeer groot gevaar. En dit is het grote gevaar van deze tijd. Niet het gevaar van terroristisch geweld, moreel verval of de opwarming van de aarde. Het grote gevaar van deze tijd is dat we het ontzag dreigen te verliezen – of al verloren hebben – voor het wonder: het wonder van het leven en het wonder van ons bestaan. We dreigen te vergeten dat het leven zelf, het geboren worden, het krijgen van een kind, het zijn hier in dit leven, het er-zijn als zodanig – een volstrekt onbegrijpelijk wonder is, dat ons ontzag verdiend en waarbij het geven van dit ontzag onlosmakelijk verbonden is met ons wezensbehoud.

Hoezeer het onderzoek naar de objectieve werkelijkheid ook lijkt voort te schrijden, de wereld en ons leven zijn en blijven volstrekt onbegrijpelijk. Geen enkel modern-wetenschappelijk onderzoek zal ooit het wonder van het bestaan ook maar kunnen naderen. En dat stemt tot nadenken. Of dat zou het moeten doen, want dat gebeurt dus niet tot nauwelijks. Ondanks het feit dat het wonder van ons bestaan alom aanwezig is heeft een kortstondige herinnering hieraan geen enkele invloed op ons denken of handelen. Integendeel. Wij vertrouwen ons gehele leven toe aan de moderne wetenschap en techniek, ons leven, het leven van onze kinderen, onze geestelijke gezondheid, onze toekomst, alles eigenlijk. Zelfs als een modern-wetenschappelijke ingreep mis is gegaan, zelfs dan nog gaat men dit modern-wetenschappelijk proberen goed te maken. En als het dan alleen nog maar erger wordt en uiteindelijk niets wordt, dan hebben we in ieder geval alles geprobeerd. De kundigheid van een bepaalde arts en een bepaald ziekenhuis kan bevraagd worden, maar niet de modern-wetenschappelijke benadering als zodanig. Dat komt omdat dit denken zichzelf niet kan bevragen. Het bevraagt de theorieën en resultaten van het onderzoek. Het bevraagt zelfs de wetenschappelijke methode. Maar het bevraagt niet de voorafgaandelijke bepaling van de ons omgevende wereld als objectief onderzoekbare werkelijkheid. Hier wordt vanuit gegaan. En iedereen gaat daar in mee. We zijn gegijzeld, geïndoctrineerd en verdoofd door de moderne, objectieve benadering van de wereld. Als zich een probleem voordoet dan gaan we onderzoeken wat er (objectief) aan scheelt en gaan we middels bewezen technieken en methodes dit probleem objectief-wetenschappelijk oplossen. Dit klinkt voor ons als logisch en vanzelfsprekend, en het enige en beste om te doen. We zitten gevangen in deze benadering en kunnen over het algemeen niet eens een andere bedenken. Zodra we ergens niet uitkomen dan proberen we stil te staan en van een afstand een duidelijk objectief beeld te krijgen van wat er aan de hand is en wat er gedaan moet worden. Dit hebben we zo geleerd, dit wordt ons geadviseerd en dit advies geven wij zelf ook aan anderen.

Depressie

Een voorbeeld uit het veld van psychische problematiek is bijvoorbeeld de omgang met datgene wat ‘depressie’ genoemd wordt. Middels onderzoek naar ‘depressie’ binnen de objectieve werkelijkheid is gebleken dat dit veroorzaakt wordt door een tekort aan serotonine in de hersenen. De als effectief bewezen oplossingsmethode hiervoor is het toedienen van bepaalde chemische stoffen, zogenaamde ‘anti-depressiva’. Deze helpen de hoeveelheid serotonine in de hersenen te reguleren. En dit zorgt – volgens de wetenschappelijk ontdekte en onderzochte causale verbanden – voor een stabilisering van de stemming en dus een ‘genezing’ van ‘depressie’.

Dit klinkt wetenschappelijk verantwoord – en dat is het ook – maar wat gebeurt hier nu eigenlijk? Ten eerste wordt ‘depressie’ gezien en bestempeld als een objectief vaststelbaar iets: iets wat er is. De wetenschappelijke blik dwingt het tot onderzoekbaar object. De gehele werkelijkheid wordt binnen deze blik een object. Er wordt een iets onderzocht, dus ís het een iets. De mens zelf – in dit geval de patiënt – wordt hier bestudeerd als een objectief ding, met name zijn lichaam, zijn hersenen en de chemische werking daarvan. Deze worden bestudeerd en in kaart gebracht aan de hand van objectieve, causale verbanden. Stemmingen zijn gevolgen van biochemische reacties in de hersenen. Het gehele bewustzijn van de mens – wie wij zijn dus – is het gevolg van (materiële) hersenwerking. Stemmingen hangen af van de hoeveelheid serotonine in de hersenen. Onderzoek heeft dit uitgewezen. Met serotonine-regulerende stoffen kan de hoeveelheid serotonine gestabiliseerd worden en dus de stemming. Dit maakt deze chemische stoffen tot de wetenschappelijk verantwoorde ‘medicatie’ tegen de ‘ziekte’ ‘depressie’.

Waar is echter de mens gebleven binnen deze benadering? Wat is er overgebleven van ons bestaan? Waar is het wonder van ons bestaan gebleven en de betekenis van ons leven? Tijdens de ‘depressie’ hadden we het ‘gevoel’ dat het leven geen betekenis (meer) had. Nu de ‘medicatie’ werkt hebben wij weer zin in het leven. Wij zijn vrolijk – of we doen in ieder geval niet meer zo moeilijk – en onze omgeving is opgelucht. We kunnen weer naar ons werk en we hebben weer energie om dingen te doen. Het leven heeft weer betekenis? Maar welke betekenis dan? De betekenis van doorgaan met waar je mee bezig was? Met datgene doen wat anderen van ons verwachten? Was dat het niet wat wij juist bevroegen tijdens onze ‘depressie’? Is dat dan nu wel opeens goed genoeg? Heeft het leven nu wel weer betekenis? En welke dan? Waar is het ‘gevoel’ gebleven dat het leven geen betekenis meer had? Zijn wij nu niet meer verloren dan?

Ondanks het feit dat we gewend zijn aan de benadering van de wereld om ons heen als een objectieve werkelijkheid en ondanks het feit dat we niet zouden weten of kunnen bedenken of zelfs vermoeden dat dit ook anders zou kunnen, is dit een keuze, een mogelijkheid, een bepaalde benadering en alles behalve de enig mogelijke neutraal wetenschappelijk verantwoorde benadering, zoals het zichzelf denkt. Binnen de modern-wetenschappelijke denkwijze wordt de wereld om ons heen gedwongen tot objectieve werkelijkheid. Deze objectieve werkelijkheid beschouwen wij vanuit een verder onbedacht gebleven neutraal standpunt. Dit standpunt bevindt zich buiten de werkelijkheid, op een theoretisch oneindige afstand. Vanuit dit fictieve standpunt vindt het wetenschappelijke weten plaats. Dit is iets waar het zelf geen moment bij stil staat – niet bij stil kan staan zelfs. Ondertussen is dit wat er gebeurt. Het moderne denken stapt uit de ons omgevende wereld en beschouwt de werkelijkheid vanuit een (oneindige) afstand. Vanuit deze afstand dwingt het de werkelijkheid tot object. Dit is de ‘neutrale’ positie van het weten waartoe artsen en psychiaters ons uitnodigen om van daaruit over onszelf te gaan denken:

Er mist een stofje in uw hersenen en dat kunnen we door middel van medicatie verhelpen. Dan zult u geen last meer hebben van vragen over de zin van het leven.

En dit gebeurt niet alleen bij de arts of de specialist, dit gebeurt overal. Dit gebeurt als we iets willen bouwen. Dit gebeurt als we iets willen kopen. Dit gebeurt met ons al van jongs af aan, op school. Wij worden van jongsaf aan uitgenodigd de wereld om ons heen vanaf deze oneindige afstand te beschouwen. De natuurwetten, de aarde als planeet draaiend om de zon, het ontstaan van de wereld, het ontstaan van de mens en het leven, de werking van het menselijk lichaam, alles. Zo wordt ook het niveau en de ontwikkeling van een mens beoordeeld. Hoger niveau betekent binnen de moderne maatschappij meer op afstand kunnen denken over jezelf en je onmiddellijke omgeving. Wat is echter een benadering van de werkelijkheid vanuit een oneindige afstand? Het is geen benadering! Het blijft juist op afstand! We komen op steeds grotere afstand te staan van de werkelijkheid.

Luisteren

Maar het kan ook anders. En dieper. Luisterender. Met en in ontzag voor het wonder. Echt vragen stellend. Niet binnen een van tevoren ingenomen en dwingende afstand, maar in een luisterend en vragend gesprek in nabijheid tot onszelf en onze omgeving. Liefdevol. Door de waanbubbel van het moderne denken heen gaan we echt in gesprek met… ja, met wat? Met wie? Vragend openen we ons voor het wonder en luisteren we naar onze stemming. Wat is de zin van het leven? Heeft het leven zin? Zijn wij inderdaad niet verloren? Wat is het antwoord op deze vragen? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat het antwoord niet bestaat uit het wegnemen en niet meer stellen van die vraag. Laten we juist vragender worden. Laten we niet op de vlucht gaan voor de wanhoop en radeloosheid van deze vragen. Laten we niet grijpen naar ‘oplossingen’. Laten we proberen meer vertrouwen te vinden en ons meer gronden om zo opener te kunnen worden en onmiddelijker in verbinding komen en blijven met ons bestaan en onze omgeving. Het mens-zijn gebeurt niet op afstand. Het gebeurt in de nabijheid. Het gebeurt niet met het lichaam dat je objectief ‘hebt’, maar met het lichaam dat je bent, met wie je bent, jij. En jij bent hier en nu, nabij, behoeftig naar liefde en vermogend tot liefhebben. Dat zijn wij. Wij zijn degenen die leven en weet hebben van ons bestaan. Wij zijn de kwetsbaren. Wij zijn de verlorenen. Wij zijn degenen die weten dat wij sterven. Wij zijn degenen die niet begrijpen. Wij zijn degenen die begrijpen dat wij niet begrijpen. Wij zijn open naar onszelf en onze omgeving. Wij zijn in gesprek. Wij zijn innig betrokken op en verbonden met het wonder van het bestaan. Wij zijn mensen. Laten we niet wegkijken van het wonder. Laten we nader tot het wonder proberen te komen. Laten we dit wonder niet wegdenken, maar juist proberen te bedenken, van daaruit te denken, het te gedenken. Laten wij danken. Laten wij bidden. Wij gedenken het wonder in het gebed. Onbegrijpelijk en onvoorstelbaar. In eenzame en open oprechte nabijheid tot het wonder staan wij namelijk in het Aangezicht Gods.


Laatste wijziging:
20 augustus 2019