Stoppen met anti-depressiva

Door op 23 oktober 2017 in de categorie Gevalsbeschrijvingen.


Wie naar de huisarts gaat met angst- of stemmingsklachten krijgt tegenwoordig in het merendeel van de gevallen medicatie voorgeschreven, zogenaamde anti-depressiva. Dit klinkt als een volstrekt onverantwoordelijke werkwijze, en dat is het ook. Tegelijkertijd klinkt het inmiddels ook als vanzelfsprekend, zo van: je bent ziek, dus je krijgt medicijnen. Deze gaan je beter maken. Als deze medicatie aanslaat dan kan men na een tijdje proberen af te bouwen. Als de klachten dan weer terug komen dan moet je blijkbaar toch nog doorgaan. Als het niet aanslaat dan probeert men een ander middel of een andere dosering. Al experimenterend hoopt men een soort van klachtenvrije stabiliteit te bereiken. In de regel mislukt dit. Men blijft aanrommelen. Mocht deze onzekerheid en onduidelijkheid zich teveel op de voorgrond dringen dan wordt dit traject begeleid met gesprekken door een psycholoog. Het hoofdtraject voor de meeste aanmeldingen van depressieve klachten is echter het voorschrijven van medicatie en het (eindeloos) zoeken naar het juiste middel en de juiste dosering. De psychologische behandeling wordt ingezet als een soort zoethoudertje en als een vorm van voorlichting of educatie. Er wordt in de regel geen serieuze poging gedaan om te achterhalen waardoor iemand depressieve klachten heeft gekregen, laat staan waarom. Deze gang van zaken markeert de teloorgang van de psychische therapie, maar meer dan dat, het markeert de teloorgang van de mens, van het mens-zijn. Ik zal dit toelichten aan de hand van een recente gevalsbeschrijving.

Gevalsbeschrijvingen

Eerst even kort over gevalsbeschrijvingen in het algemeen. Gevalsbeschrijvingen spelen een belangrijke rol binnen de psychoanalytische litteratuur (de Islamitische diepte-Psychologie is daar een onderdeel van). Geheel in de traditie van Sigmund Freud illustreren gevalsbeschrijvingen concreet hoe de in de theorie besproken strukturen zich in concrete situaties tonen en opgebouwd (kunnen) zijn. Als specifiek en concreet voorbeeld heeft het tevens het voordeel van herkenbaarheid. De in deze korte artikels opgenomen gevalsstudies hebben eigenlijk voornamelijk deze laatste functie. Ik laat veel details weg. Dat is voor deze op de website gepubliceerde, korte artikelen sowieso een goed idee, omdat ze wijd verspreid worden en niet alleen onder mede beroepsuitoefenaars. Onze gemeenschap is klein en hecht, dus de kans dat iemand herkend wordt is groot. Vandaar dus in deze online gepubliceerde artikels zeer beknopte versies van gevalsbeschrijvingen, voornamelijk bedoeld voor het herkenbaar maken van psychische problematiek.

Een vrouw van 45 jaar met heel veel angst

Een vrouw meldt zich bij ons aan. Zij komt samen met haar man omdat ze niet alleen de straat meer op durft. Ze is overal bang voor. Ze is bang alleen te zijn. Ze is bang alleen naar buiten te gaan. Ze is bang om alleen met één van haar jongste kinderen te zijn. Ze is bang dat ze hen iets aan doet. Ze is bang voor haar man, maar ze is ook bang als hij weggaat. Ze is bang voor de Koraan. Ze is bang tijdens het gebed. Ze is bang dat ze bezeten is. Ze heeft een lange reeks van ‘imams’, ‘geleerden’ en ‘raki’s’ geraadpleegd. Een deel van hen hebben haar verzekerd dat ze bezeten is. De één zegt dat er één Jinn in haar zit, anderen beweerden dat er meer zijn. Weer andere ‘geleerden’ hebben haar daarentegen verzekerd dat ze juist niet bezeten is. Ondertussen verandert er weinig aan haar klachten, worden eerder meer dan minder. Ze is bang voor alles.

Tijdens haar aanmelding was zij onder behandeling van verschillende imams en psychiaters. Volgens haar man is ze aan het ‘shoppen’. Van de imams krijgt ze elkaar tegensprekende voorschriften en adviezen. Van de psychiaters krijgt ze medicatie en een praatje. Het blijkt dat ze al ongeveer 20 jaar anti-depressiva krijgt voorgeschreven. In het grootste deel van deze periode ging het eigenlijk wel goed. Ze had geen last van depressie of angst. Een half jaar terug echter wilde ze stoppen met de anti-depressiva omdat ze zich niet meer zo goed voelde en ze had het gevoel dat het daardoor kwam. Ze werd sneller moe, kreeg lichamelijke klachten, voelde zich vaker depressief en ondervond angsten. Sindsdien is de situatie verergerd. Ook als ze de medicatie weer inneemt gaat het niet goed. De psychiaters zijn aan het experimenteren geslagen met verschillende medicatie en verschillende doseringen. Haar radeloosheid is overgeslagen op hen en niemand heeft een antwoord.

De overweldigende angst en onrust doen mij in eerste instantie denken in de richting van een trauma. Ik vraag haar daarom waarom zij zelf denkt dat ze zo bang en onrustig is. Zoals aangegeven is ze bang dat ze bezeten is. Ik vraag haar daarom wanneer dat begonnen is, wanneer ze dat voor het eerst gemerkt heeft. Het is heel moeilijk om een duidelijk verhaal te destilleren uit wat ze zegt. Ze lijkt geen goed overzicht te hebben van wat er allemaal gebeurd is, de tijden waarin dat gebeurd is en de volgorde van de gebeurtenissen. Ze geeft zelf regelmatig aan dat ze veel is vergeten. Het blijkt tijdens het gesprek dat het heel moeilijk is om iets te bespreken, want ze is bang om ergens bij stil te staan, bij wat dan ook. Ik moet haar vaak dwingen om antwoord te geven. Ze vindt het eng om over mijn vragen na te denken. Het enige antwoord wat ze geeft op de vraag waar ze bang voor is, is: “Voor de angst.” Ja, maar waar ben je bang voor? “Voor alles.” Waarom denk je dat dat zo is? “Weet ik niet.” Wanneer is dit begonnen? “Het is altijd al zo geweest.” Hoe komt het? “Weet ik niet.”

Uiteindelijk lukt het om de aanleiding ter sprake te brengen die geleid heeft tot de psychische problematiek waarop werd gereageerd met het voorschrijven van medicatie. Haar man bleek ook aangegeven te hebben dat zij mij deze aanleiding moest vertellen. Omdat ze eerlijk wil zijn, alles wil zeggen en van de angst af wil komen vertelt ze me deze aanleiding. Spreken is voor haar een voortdurende worsteling tussen willen en niet durven. Als aanleiding van de eerste angstaanvallen en het begin van de depressiviteit geeft zij aan dat zij getuige was van een epileptische aanval van haar nicht in het huis van haar tante. Van deze nicht was bekend dat zij epileptische aanvallen kon hebben en zij slikte ook medicijnen hiervoor. Deze aanval heeft enorme indruk op haar gemaakt die dag. Vanwege de hevige angst die deze gebeurtenis teweeg heeft gebracht en de angst die zij nog hierbij ervaart, zou dit inderdaad de gebeurtenis kunnen zijn die aanleiding heeft gegeven aan de huidige psychische klachten. Ik heb doorgevraagd over deze gebeurtenis. Dit heeft heel veel tijd en moeite gekost. Uiteindelijk blijkt dat ze de epileptische aanval van haar nicht associeerde met bezetenheid. Wat opvalt is dat zij de aanval weliswaar associeert met bezetenheid, maar dat ze hier tegelijkertijd niet in gelooft. Met haar verstand wist ze dat het een epileptische aanval was, maar tegelijkertijd riep het de angst op voor bezetenheid. Deze twee gedachten of interpretaties lijken los van elkaar tegelijkertijd te bestaan. Op een gegeven moment vertelt ze mij dat er vroeger – in het dorp waar zij is geboren en tot haar 11de jaar is opgegroeid – een meisje was die ook epileptische aanvallen had. In de tijd van haar jeugd werd verteld dat dit meisje bezeten was. Als kind was de patiënte daar heel erg bang voor. Ze vertelt nu ook een verhaal van dat zij zelf heel erg ziek was en dat haar moeder allerlei toverdokters erbij had gehaald om haar te genezen en over haar te reciteren etc. Uit haar verhalen blijkt dat haar moeder en haar familie erg bijgelovig waren. Zij zelf is dat niet. Zij gelooft daar naar eigen zeggen niet in. Als ik haar vraag waar ze wel in gelooft dan zegt ze dat ze gelooft in Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى) en dat Mohammed Zijn profeet is. Ze geeft aan dat ze vroeger als kind veel geleerd heeft over de Islam, met name van haar vader en ook was zij door haar vader naar lessen gestuurd. Hier heeft ze Arabisch geleerd. Ze geeft aan dat ze veel gememoriseerd heeft en kan ook veel overleveringen aanhalen in de oorspronkelijke tekst. Terwijl ze dit zegt geeft ze aan dat ze sinds haar zeventiende ongeveer minder serieus met de Islam bezig was, minder of niet het gebed verrichtte etc. Sinds haar huwelijk probeerde zij dat weer op te pakken, maar dat was niet echt gelukt. Sinds de aanval en de medicatie deed ze nog nauwelijks iets aan haar geloof. Ze verrichtte het gebed niet meer in die periode. Het laatste half jaar was ze daar weer mee begonnen, maar had daar tegelijkertijd angst voor gekregen. De angst was opgekomen dat ze bezeten was, maar ze durft daar nauwelijks over te denken en tegelijkertijd gelooft ze daar niet in.

Er tekenen zich twee lagen of werelden af binnen haar psyche. Een volwassen, moderne en bewuste laag. Deze laag gelooft niet in bezetenheid. Deze laag respecteert en erkent de Islam, maar heeft geen diep geloof. In deze laag probeert zij alles om haar heen te begrijpen en voorspelbaar te houden. Ze deelt alles en zichzelf op in stukjes en probeert alles onder controle te houden vanuit een overzicht van wie wat wil. Deze laag is erg bang de controle te verliezen. Ze zet zich enorm in voor haar omgeving, maar niet van harte en ook niet op grond van een vertrouwen. Er schuilt een enorme onzekerheid en angst onder haar betrokkenheid bij anderen. Deze angst is zowel de drijvende kracht, als de afgrond van haar openbare persoonlijkheid. Daaronder is een andere laag, een oudere, meer kinderlijke laag. Deze laag leeft geheel vanuit de angst. Het is niet de angst voor controleverlies, maar een oorspronkelijkere angst. Het is de angst op grond van waarvan de controle überhaupt nodig was. In deze laag woont de angst zelf: geloof en angst, en heel bijgelovig. Deze laag is als een kind wat overal spoken ziet. Dit is tevens de laag waar veel van haar sterke gevoelens wonen en onder andere ook haar seksuele verlangens. In het kader van haar seksuele verlangens komen bepaalde gebeurtenissen uit haar vroegste jeugd naar voren. Dit vertelt ze me pas nadat ze ongeveer een jaar in behandeling is. We hebben dus te maken met enerzijds een zeer bang en beschadigd meisje, en anderzijds een overspannen volwassen vrouw, die gewend is haar leven op de rails te hebben. Van jongs af aan houdt ze zich sterk en houdt ze een officiële, openbare persoonlijkheid overeind die doet zoals het hoort en die zichzelf overeind houdt door de controle niet te verliezen. Ze is heel gespannen constant bezig met een voorspelbaar houden van haar omgeving. Hier is ze zo aan gewend geraakt, dat het haar niet meer opvalt. Zodra ze een steek laat vallen of zodra er een barst dreigt te ontstaan in de voorspelbaarheid van haar wereld, dan ligt de angst op de loer en dreigt die haar te overspoelen.

Naast of onder haar zogenaamde ‘volwassen’ laag gaat een ander deel van haar schuil. Ze vergeet steeds dat die er ook is. Ze heeft die in haar leven altijd kunnen onderdrukken. Ze gaf wel ruimte aan die kant, maar op een verborgen wijze. Door haar gehele leven heen – en mede ondersteund door de anti-depressieve medicatie – heeft ze de confrontatie met dit belangrijke deel van haarzelf uit de weg weten te gaan. Is dat iets goeds? Nee, dat is het niet. Misschien was het voor haar als kind noodzakelijk om deze confrontatie uit de weg te gaan. Als kind wist ze letterlijk niet om te gaan met haar angsten, pijn en wanhoop. Maar op volwassen leeftijd is het juist belangrijk deze confrontatie wel aan te gaan. Het is een kans. Het probleem met haar was – en met velen zoals haar – dat haar verdedigingssysteem, dat zij als kind had ontwikkeld zo goed was, dat het bleef bestaan tijdens haar volwassenheid. Dit heeft uiteindelijk tot de symptomen van haar psychische stoornis geleid.

De confrontatie met haar angsten, pijn en wanhoop is moeilijk. Het maakt het leven en het functioneren moeilijker – zo niet onmogelijk – maar in de diepte van deze confrontatie en in de diepte van deze onmogelijkheid – juist in deze diepte – ligt ook de diepte van het geloof en ons vertrouwen in Hem, onze groei en onze redding. Zoals de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

Allah belast geen ziel boven haar vermogen.” – Soerat al-Baqarah: 286

En (interpretatie van de betekenis):

Of denken jullie dat jullie het Paradijs zullen binnen gaan zonder dat Allah heeft aangetoond wie degenen zijn die strijden en geduldig zijn?”  Soerat Aali ‘Imraan: 142

De confrontatie met de moeilijke dieptes van onze psyche kan een onderdeel zijn van onze strijd voor Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى). Het openstaan van deze diepte en het bemoeilijken van ons leven vanuit die diepte is een beproeving en een uitnodiging. Wij ervaren dit in eerste instantie niet als een zegening, maar dat is het wel. Aan de ene kant worden we vastgehouden door de diepte, anderzijds zetten we ons daar met al onze kracht tegen af. Wij ervaren ons verzet tegen deze diepte vaak als wie wij ‘echt’ zijn. Als we de confrontatie – en dus de beproeving – aangaan, leren we echter juist de diepte te aanvaarden als een belangrijk deel van onszelf. We leren aldus te vertrouwen op Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى). Anti-depressieve medicatie ondersteunt eenzijdig slechts één kant – en wel de openbare kant – van onze persoonlijkheid. Deze medicatie kan zeer belemmerend werken in het leren te aanvaarden van onszelf en het vinden van diepe rust, rust vanuit de diepte, onze eigen diepte en onze grond. Het zoeken en vinden daarvan is echter niet zomaar iets, maar de betekenis van het leven.


Laatste wijziging:
23 oktober 2017