Misbruik

Door op 23 juli 2019 in de categorie Opinie.


Toen ik voor het eerst het Woord van God herkende in de Koraan en vervolgens Mohammed ﷺ erkende als Zijn Profeet en mij aldus aansloot bij de Islamitische gemeenschap, had ik een hele goede indruk en een hoge verwachting van onze gemeenschap. Dat bleek echter al snel een teleurstelling. En wel op meerdere vlakken. Zo ging ik – naïef als ik was – er vanuit dat seksueel misbruik – in het bijzonder van kinderen – minder of niet zou voorkomen binnen onze gemeenschap. Deze mensen zijn immers gelovig. Toch? Na een aantal jaar werken als psychoanalyticus binnen de Islamitische gemeenschap bleek echter niets minder waar. Er zijn eerlijk gezegd dagen dat ik met moeite naar de praktijk ga. Er zijn dagen dat ik ’s avonds in stilte terugfiets en niet meer kan denken. Ik geloof niet dat er een misdaad zo gruwelijk, zo afgrondelijk – zo slecht is – als seksueel misbruik van kinderen. En dan heb ik het over het brede spectrum van misbruik, dus ook over aanranding, ongepaste aanrakingen en benaderingen. Het vernietigende spoor dat dit verspreidt en achterlaat is een zwarte duisternis die over ons heentrekt. Deze duisternis dreigt ons op te slokken.

Misbruik binnen onze families gebeurt zo vaak en zo geregeld – en wordt zo goed verborgen gehouden – dat je je kan afvragen of wij überhaupt nog wel een gemeenschap zijn, laat staan een ‘gelovige’ gemeenschap. Een gemeenschap staat klaar voor elkaar. Als een ledemaat ziek is, is het hele lichaam ziek toch? Maar de slachtoffers van misbruik staan er alleen voor. Allener dan alleen. Zij worden niet alleen niet ondersteund, zij worden in de regel verstoten, vertrapt en beschuldigd. En de daders gaan vrijuit. Zij zijn niet zelden gerespecteerde leden van de gemeenschap. Zij staan soms zelfs juist bekend als ‘goede moslims’, gaan vaak naar de moskee en kennen grote delen of de gehele Koraan uit hun hoofd. Gelukkig is het merendeel van de families niet zo. Ik moet mezelf daar vaak aan herinneren. Gelukkig gebeurt dit niet overal. Het komt weliswaar vaak voor, maar de meeste families zijn hier alhamdoelilah niet mee besmet. Maar te veel wél. Elk geval is al te veel, maar de regelmaat waarmee het binnen onze gemeenschap voorkomt – en vooral de structurele ontkenning en verberging ervan – duidt erop dat dit niet zomaar incidentele gevallen zijn. Het is een duisternis die woont in het hart van de gelovige gemeenschap.

Een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht…

Stilstaan bij misbruik is daarom een heilige plicht. Een gemeenschap die slachtoffers van misbruik systematisch in de kou laat staan is een gemeenschap van het kwaad. Hier moet over gesproken worden. Hier moet over gesproken kunnen worden. Dat lost het probleem niet op, maar het opent wel de weg van licht en genezing. Het kunnen bespreken van seksueel misbruik houdt in het kunnen bespreken van seksualiteit en verlangen. Dit houdt niet in dat we daarmee de deur openen naar dat ‘alles kan en mag’. Integendeel. Deze overtuiging komt voort uit angst. Het bespreken van seksualiteit en verlangen betekent een opening naar een gezond en volwassen kunnen worden ten aanzien van seksualiteit en onze verlangens. Misbruik teert op de angst voor het verlangen. Met het angstig met de afstandsbediening in onze hand naar de TV kijken omdat de kinderen anders ‘iets’ zouden zien, spreiden we het bed voor incest en misbruik. Met het achterlijke, overdreven gespannen en hypocriete gedoe rondom het gescheiden houden van man en vrouw wordt de onvolwassenheid ten aanzien van het verlangen bevorderd en in stand gehouden. Uit angst wordt het verlangen verjaagd naar het domein van de schaduwen. En daar heeft het vrij spel. Het blijft buiten beeld en het blijft onvolwassen. Dit resulteert in families die angstig bezig zijn met wat ‘anderen’ over hen denken, maar waar niemand echt om elkaar geeft of oog heeft voor elkaar. Hele plakkerige, naar buiten toe gesloten en benauwde families, heel erg ‘betrokken’ op elkaar, maar geen liefde. Geen aandacht voor elkaar, behalve dan het aanspreken van elkaar op zaken die ‘niet horen’. Zo’n familie kan zichzelf dan als heel gelovig beschouwen. Zo worden ze van buitenaf vaak ook gezien. Maar juist deze families zijn broeinesten voor misbruik. Misbruik komt onder het mom van liefde. Misbruik is een verziekte vorm van liefde. Misbruik is verziekte liefde. Zoals Oprah Winfrey in een nabespreking van de documentaire ‘Leaving Neverland’ ook aangeeft is ‘misbruik’ (abuse) eigenlijk geen goed woord. Het woord ‘misbruik’ geeft het beeld van iemand die tegen de muur wordt aangesmeten en verkracht wordt. Dit is natuurlijk een verschrikkelijk beeld, maar stel dat het hiertoe beperkt zou blijven, dan was het nog enigszins te verwerken. Het afgrondelijke van misbruik is dat het gebeurt onder de mantel van liefde. Het seksuele vergrijp van vader, moeder, broer, oom, tante, zus of nicht gebeurt niet met geweld, maar vanuit een verleiden. Oprah besteedt hier aandacht aan met het woord ‘grooming’. Het is een verborgen machtsspel dat gebeurt binnen een vertrouwelijke warmte. Het gebeurt als het geven van de o zo gemiste aandacht. En het wordt ook daadwerkelijk zo ervaren. Het is feitelijk ook die aandacht. Misbruik wordt daarom in de regel niet ervaren als misbruik. Het begint als een gekoesterd geheim, een ware liefde. De slachtoffers voelen zich niet misbruikt, maar speciaal. En daarna ook nog eens schuldig! Zij verwijten het zichzelf. Maar deze schuld rust dus op ons! Op onze gemeenschap! Op de gehele gemeenschap. Dit is de duisternis in ons hart. Dit is onze duisternis. Vaak hebben kinderen pas veel later door dat ze misbruikt zijn of nog steeds worden. Het dringt langzaam tot hen door als het ontwaken uit een droom. Voor de verwoesting die misbruik achterlaat zijn geen woorden. En niet genoeg tranen. Waar de liefde geperverteerd wordt is geen God meer. Of in ieder geval, zo lijkt het. Zo voelt het. Niet zelden worden slachtoffers daders. Niet zelden plegen slachtoffers zelfmoord. Niet zelden kunnen slachtoffers niemand meer liefhebben, noch zichzelf, noch anderen. Niet zelden is elke dag voor de slachtoffers een vechten tegen herinneringen van deze eindeloze nachtmerrie. Ik sprak gisteren een volwassen man die niet durft alleen te slapen.

Spreken hierover en de mogelijkheid openen om hierover te kunnen spreken is onze heilige plicht. Ook als de naam van de familie dan in het geding komt. Ook als de naam van de dader dan in het geding komt. Ook als de naam van onze gemeenschap en van ons geloof in het geding komt. Wat is ons geloof waard als er mensen zijn binnen onze gemeenschap die bang zijn om de waarheid te vertellen? Zijn wij dan nog wel een gemeenschap? Zijn wij dan nog wel gelovigen? Laten wij ons geloof daadwerkelijk belijden – het gebruik van het woord ‘praktiseren’ heb ik inmiddels afgeleerd. Laten we ons openen voor onszelf en naar elkaar. Laten wij onze God vereren als de Meest Barmhartige en de Meest Genadevolle. Zeggen wij dat niet in elk gebed? Laten we in Naam van de Meest Barmhartige en Meest Genadevolle ons openen naar elkaar, naar het leven en de werkelijkheid van het leven, naar de werkelijkheid van ons verlangen en naar de werkelijkheid van onze pijn. Onze pijn. Laten we ons niet zozeer verdiepen in ons geloof, maar laten we ons geloof verdiepen. Geloven doe je in eerste instantie met je hart, en niet met je baard of je hoofddoek.


Laatste wijziging:
24 juli 2019