Eerste herinneringen

Door op 31 juli 2017 in de categorie Psychische verschijnselen.


Onze eerste of vroegste herinneringen nemen binnen ons bewustzijn een speciale plaats in. Ze kunnen gelezen worden als centrale en kernachtige voorbeelden van wie wij zijn. Ze bevatten vaak alle belangrijke onderdelen en verhoudingen van het verhaal dat wij zijn en waarbinnen we ons bevinden. In deze eerste herinneringen kunnen daarom belangrijke structuren herkend worden die door het hele verhaal van iemand heen trekken en zeer bepalend zijn voor zijn of haar leven en dus ook waarom en hoe iemand vastloopt in bepaalde situaties. Binnen een behandeling kan het analyseren van deze eerste herinneringen een belangrijk onderdeel zijn. We zien dit gegeven ook terug in de animatiefilm ‘Inside out’ (‘Binnenstebuiten’). De ‘kernherinneringen’ – zoals die in deze film zo genoemd worden – vormen daar ‘persoonlijkheids-eilanden’ die bepalend zijn voor wie iemand is. In de film zien we ook dat er een affect – een gevoel of emotie – gekoppeld wordt aan deze herinneringen. Wat in de film niet getoond wordt is dat deze kernherinneringen over het algemeen zeer onbetrouwbaar zijn of ‘onjuist’.

INSIDE OUT – Anger, Fear, Joy, Sadness and Disgust look out upon Riley’s Islands of Personality. ©2015 Disney•Pixar. All Rights Reserved.

Herinneringen zijn complexe gegevens en als we dit nader bekijken dan kunnen ze niet anders dan ‘onjuist’ zijn, maar tegelijkertijd zeggen we daar niet veel mee, want feitelijk is de hele werkelijkheid ‘onjuist’. Herinneringen verschijnen vaak in de vorm van beelden, maar als we deze beelden beter bestuderen dan kunnen wij achter de beelden juist weer woorden herkennen. Verder kunnen we ook herkennen dat herinneringen ‘gemaakt’ zijn of opgebouwd – in elkaar gezet – en wel tekens weer opnieuw. Herinneringen veranderen. Het zelfde geldt voor de ‘werkelijkheid’. De wereld is opgebouwd uit verhalen. Het is daarom mogelijk dat datgene wat ‘herinnerd’ wordt juist ontbreekt binnen de herinnering zelf. Sigmund Freud noemde dit ‘Deckerinnerungen’, afdekherinneringen: er wordt iets (anders) door afgedekt. Onze eerste herinneringen zijn vaak ‘Deckerinnerungen’. Om te ont-dekken wat er echt herinnerd wordt en wat er dus afgedekt wordt met de herinnering, moeten we de herinnering open breken. Open-breken is iets wat wij sowieso doen tijdens een psychoanalytische behandeling. Het is zelfs het belangrijkste onderdeel van een behandeling. Open-breken maakt namelijk een herschrijven mogelijk van het verhaal, van ons verhaal, van onze werkelijkheid en dus van de werkelijkheid. Precies dit herschrijven is de verandering die beoogt is met een behandeling.

Voorbeelden

Om een stuk theorie te verduidelijken is het goed om deze te illustreren aan de hand van een voorbeeld. Voorbeelden geven is binnen de psychoanalytische litteratuur echter altijd al iets problematisch geweest. Sigmund Freud bespreekt dit reeds uitvoerig. Voorbeelden van zogenaamd normale of gezonde mensen kunnen meestal niet goed genoeg geanalyseerd worden. Er ontbreekt ons teveel materiaal en inzicht. Een analyse is een pijnlijk en moeizaam proces van openbreken en ontbloting. Voor een analyse is een noodzaak nodig, een moeten. In een behandeling van een patiënt komt dit ‘moeten’ uit de lijdensdruk. Een psychische ‘stoornis’ is een beproeving. Het is een uitnodiging van Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى) tot een dieper vertrouwen in Hem. Patiënten komen naar de praktijk toe vanuit een lijdensdruk. Bij voorbeelden afkomstig uit de praktijk hebben we dus wel al het materiaal, maar aan een voorbeeld uit een behandeling kleeft weer een heel ander nadeel. Deze mensen waren of zijn ‘ziek’, dus heeft zo’n voorbeeld meteen de verdenking als zijnde abnormaal of ziekelijk. Daarom maakt Sigmund Freud zelf reeds vanaf het begin van zijn werk gebruik van eigen voorbeelden, uit zijn eigen leven. Dit is niet makkelijk, maar daarmee vermijden we de bovenstaande bezwaren. Deze eigen voorbeelden spelen een belangrijke rol binnen de psychoanalytische litteratuur. Wij proberen daarmee een soort inleiding te geven tot de uiterst merkwaardige onderwereld die zich opent in het kader van een psychische behandeling.

De erkenning en herkenning van het bestaan van deze onderwereld is cruciaal voor het mogelijk maken van de fundamentele verandering beoogd door een behandeling. Maar ook voor de fundamentele veranderingen die het geloof van ons vraagt. Het bestaan van deze onderwereld hangt namelijk innig samen met het wezen van de mens. In deze onderwereld gebeurt de tot ons wezen behorende verhouding tot onze Schepper. Ons verhaal is ons gesprek met God. Als wij deze waarheid niet leven – als dit voor ons niet geopend is en blijft – dan verliezen we onszelf in een wereld zonder grond, zonder overkoepeling, zonder betekenis, zonder gesprek. Dan zijn psychische klachten inderdaad alleen nog maar te duiden als foutieve chemische processen. Wij geven ons dan over aan de tirannie van het moderne, goddeloze denken. En dan dooft het licht.

“Een volk dat voor tirannen zwicht zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.” – H.M. van Randwijk

Voor een mens die aldus zijn essentie verloren heeft maakt het geen verschil meer of hij dit verdooft met medicatie. Als het gesprek verstild is, dan is de mens verloren, dan verliest hij zijn wezen. Dan kunnen de beproevingen van Allah de Verhevene niet meer ontvangen worden en dus ook niet meer worden beantwoord.

Eigen voorbeeld

Het hierna volgende eigen voorbeeld van een analyse van een eerste herinnering is bedoeld om de vreemdheid van de mens te illustreren, onze afhankelijkheid tot onze Schepper in onze meest intieme structuren. Het geheim van de Schepping ligt verborgen in het diepst van ons wezen. Het vergt echter een moedige, luisterende en niet-kwetsende houding om deze waarheid te mogen benaderen.

In mijn vroegste herinnering, die – typisch voor vroegste herinneringen – zeer vaag is en zelfs zo vaag, dat ik me afvraag of het wel een herinnering is, sta ik links achterin de tuin bij een opening en kijk uit naar wat er voorbij die opening is. Ik stel me bij deze herinnering voor dat er twee vierkanten houten palen in de grond staan waar een hek aan vast zou moeten zitten, maar kan me het hek zelf niet herinneren. Voor mijn gevoel is het open, dus het hek staat open of het hek is er niet. Ik ga niet tussen de palen door. Ik blijf daar staan. Voor mijn gevoel is mijn (oudere) zus daar ook en van haar uit komt zoiets als: “Je mag niet voorbij het hek”. Ik kan me niet herinneren dat ze dat zegt, maar er is een soort verbod en zij vertegenwoordigt dat. Door vaker terug te denken aan (eerste) herinneringen en zeker door deze te analyseren en te bespreken wordt het steeds onduidelijker welke elementen er later bij bedacht zijn. De tuin van deze herinnering is de tuin van het huis waar mijn ouders, mijn zus en ik woonden voor mijn derde levensjaar. Bij mijn moeder heb ik nagevraagd of er een opening was in die tuin en die was er en ook inderdaad links achterin. Wat opvalt is dat ik in deze herinnering gefascineerd ben door de wereld voorbij de poort, tegelijkertijd zie ik niets van die wereld en verschijnt deze als een spannende leegte, maar ik ga daar niet heen. Ik blijf daar staan. Ik voel een beetje het verbod om te gaan (van mijn zus, die verder niet verschijnt). In de herinnering sta ik bij met name één van de vierkante houten palen en zie mezelf op de rug. Dit beeld heb ik er duidelijk later van gemaakt. Wat bij een nadere analyse opvalt van deze herinnering is dat mijn zus afwezig is, maar er toch ook weer wel is. Wat verder opvalt is het ontbreken van angst. Het is echter duidelijk dat angst een grote rol speelde bij het niet verder gaan. Je zou kunnen zeggen dat het precies deze angst is die afgedekt wordt door deze herinnering. In de herinnering is die veranderd in deels fascinatie en deels verbod. Het verbod wordt gekoppeld aan mijn zus, terwijl ik van haar aanwezigheid juist een gevoel van veiligheid ontleende. Zonder hier verder op in te gaan ontbloten zich aldus wezenlijke trekken van mijn persoonlijkheid.

Moge Allah (سُبْحَانَهُ وَ تَعَالَى) ons onze vreemdheid behouden. Moge Hij de vlam in ons hart aanhouden en nog meer op laten vlammen. Moge Hij ons leiden door deze nacht.

Mijn schild ende betrouwen zijt Gij,
o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.


Laatste wijziging:
2 augustus 2017